Toespraak bij de uitreiking “Journalist van het Jaar”

Beste aanwezigen, beste kijkers naar de stream,

“Stoer! ICT-journalistiek is niet meer vies of een fout buitenbeentje”, was de eerste gedachte toen Dolf Rogmans mij confronteerde met het feit dat ik tot journalist van het jaar was verkozen. Alles is anders dan in 2008. Toen werd ik nog geweigerd om vooraf kennis te nemen van de plannen van de regering rond technologiebeleid onder de verwensing dat dit ‘alleen voor serieuze journalisten’ was. Tegenwoordig mag een minister van Binnenlandse Zaken in het holst van de nacht oreren over de gevolgen van een hack. Langzaam dringt het besef door dat blunderen bij Diginotar samen met falend toezicht in Nederland mensenlevens in Iran kost. Technologie beheerst ons leven net als economie, olie en politiek dat doen.

Vorig jaar was het tien jaar geleden dat ik het besluit heb genomen om van goed verdienende consultancy de overstap naar de journalistiek te wagen. Die keuze was ingegeven door alles wat volgde op de aanslagen 11 september. Nog nooit ben ik zo bang geweest als in de periode na die aanslagen. Niet voor aanslagen. De kans dat je daardoor wordt getroffen staat in geen verhouding tot de kans om te komen in het verkeer, door een medische fout of door criminaliteit. Wel voor het feit dat wij onze vrijheden opgeven voor niet gedefinieerde zekerheden en het bouwen van structuren die nu bij een fout regime ons land tot een dictatuur kunnen maken. Als je om je land geeft dan kan en mag je dat niet laten niet geruisloos laten gebeuren. En wat voor mij helder is: technologie speelt een sleutelrol.

Een machtig wapen tegen afglijden is journalistiek. Het licht van transparantie helpt tegen het collectief negeren van problematieken. Natuurlijk was het een stunt toen ik in één klap jarenlange onjuiste beweringen rond de OV-chipkaart logenstrafte. Maar de echte pijn zat in iets anders. Ik kon opeens aantonen hoe de Tweede Kamer structureel was voorgelogen. Fraude was geen probleem, want kaarten werden binnen 24 uur geblokkeerd. Niet dus. Het duurde soms weken en sommigen kaarten werden nooit geblokkeerd. Met kinderlijke eenvoud kon je kaarten zelf deblokkeren. Het bedrijf Trans Link Systems claimde hiervan en van de mogelijkheid jezelf te kunnen in checken te weten. Ook zouden ze fraude ontdekken, maar in de strafzaak bleek dat veel transacties niet waren ontdekt. De volksvertegenwoordiging werd ordinair bedonderd. Nu hebben we het nog maar over een elektronisch buskaartje en niet over grotere zaken.

Natuurlijk zijn er mensen niet blij, want het is comfortabeler om in je eigen realiteit te blijven. Het is gemakkelijker te roepen dat de OV-chipkaart wel veilig is, echt niet vanuit de vervoerder maar vanuit de klant redeneert en te blijven investeren. Net zo lang tot het wel goed komt of kritiek verstomt. Het is gemakkelijker te zeggen dat de Diginotar-crisis goed is aangepakt dan totale openheid van zaken rond certificaten te geven. Het uit de weg gaan van problematieken is politiek veilig, maar maakt mensen in bijvoorbeeld Iran niet veiliger. De infrastructuur van internet is cruciaal geweest bij de Arabische lente en goed functioneren ervan is dan ook een zaak van leven of dood.

Wie dat ziet, snapt het belang van journalistiek. Daarom was er ook Lektober. Een maand lang laat je iedere dag zien dat er privacygevoelige gegevens op straat liggen. Het waren hacks waarvan de Webwereld-lezer zegt ‘ja dat is niet ingewikkeld’. Inderdaad, want wereldwijd zijn er miljoenen mensen die over hacker-vaardigheden beschikken en dus kwaad kunnen doen. Inmiddels is besloten dat alle gemeenten hun beveiliging eindelijk moeten laten toetsen. Ook de miljoeneninvesteringen om eindelijk met beginnen met voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens was zonder Lektober niet tot stand gekomen.

De gedachte dat informatie niet uitlekt en misbruikt kan worden is naïef. Vorige week meldde zich bij mij een vrouw, die een boete van de NS heeft gehad voor zwartrijden en zich gelegitimeerd heeft met haar paspoort. Het probleem is alleen dat zij op het moment van de overtreding zo’n vijftienhonderd kilometer van Nederland verwijderd zat. De gegevens op de boete klopten bijna helemaal. Nog nooit is zij een paspoort kwijt geraakt. Identiteitsdiefstal dus. Dat is niet gek als je in Lektober voorbeelden zag van organisaties die naast naam, adres, woonplaats ook zaken als paspoortnummer, verloopdatum, burgerservicenummer lekte. De gedachte om ons te wapenen tegen cyberoorlog is leuk. Maar overheid en bedrijfsleven vormen wel een vijfde colonne. Met vrienden die namelijk zo met beveiliging omgaan heb je echt geen vijanden meer nodig.

Het blootleggen van dit soort problemen is belangrijk, omdat je met een completer beeld krijgt en dus een eerlijker debat voert. Dat kan nu. In mei start een parlementair onderzoek. Ik vrees dat vooraf er pijnlijk nieuws de revue zal passeren. Ik denk aan opslaan van leesbare creditcardnummers met beveiligingscodes of persoonsgegevens die totaal onbeveiligd zijn. Dan hebben we het dus niet eens meer over hacken, maar over vijfde-colonnegedrag. Zaken die naar boven moeten komen in het algemeen belang. Gedreven onderzoek leidt uiteindelijk tot relevant resultaat. Daar heb je wel journalisten voor nodig, want overheid en politiek doen dat niet.

Toen ik de vraag kreeg wie mij deze mooie prijs mag overhandigen, wist ik het snel. Dat moet Alex Brenninkmeijer zijn. Hij symboliseert iemand die heel kritisch bouwt aan een prettiger Nederland, waarbij de burger gehoord wordt. Hij is niet anti-overheid, maar wel kritisch. Hij staat buiten het systeem, maar staat er niet los van. Zo voel ik mij ook en zo wil ik ook graag zijn. En we zien beiden hetzelfde: een overheid die zich steeds intensiever verschuilt achter regeltjes, moeilijker bereikbaar wordt en vooral geen echte antwoorden op inhoudelijke vragen geeft. Een geheimzinnig bastion die zegt namens ons te opereren, maar wel erg weinig verantwoording wenst af te leggen. Pas kwam er weer één velletje A4 openbaar na ruim twee maanden wachten, brieven schrijven, mailen en bellen. Doe normaal! Wat ben ik dan ook blij met de oproep van de Nationale Ombudsman om wel open in de maatschappij te staan.

Momenteel is er veel kritiek op Hongarije en de manier waarop zij met de media omgaan. Het gaat daar niet goed, maar laten we ook eens zelfkritisch zijn. Laten we ver boven de standaard blijven die we dat land opleggen. We verwijten de Hongaren dat journalisten in elkaar worden geslagen. Maar dat gebeurt hier ook en als de politie komt, stellen ze doodleuk op camera dat ze daar toch echt niet tegen gaan optreden. Zo verwijten we de ander dat de overheid mensen het werken onmogelijk maakt, maar hier eindigt een journalist voor het nemen van een foto in de cel, worden journalisten in de openbare ruimte om niet weggestuurd, wordt naar freelancers gedreigd met het zwartmaken bij redacties, worden perskaarten in beslag genomen en foto’s van camera’s gewist. Een Hongaarse journalist mag na kritische verslaggeving niet meer in het parlement zijn werk doen. Maar probeer hier eens als journalist een debat in de Tweede Kamer te volgen als je niet over een vaste pas beschikt. Dat is nog een hele toer kunnen ervaringsdeskundigen zeggen. Zelf werd ik vlak voor een belangrijke primeur als een soort kwajongen ooit de deur gewezen. Ik moest mijn nieuws maar elders halen.

Natuurlijk alle incidenten eindigen hier goed, maar dan moet je wel een grote mond opzetten. Op last van de overheid wordt hier niemand ontslagen. Hoogstens verdwijnt een volledige editie van een krant in de papiervernietiger. Wij zijn slimmer en subtieler. Door te vertragen met beantwoording van vragen komen verhalen niet rond. Bij belangrijke gebeurtenissen selecteert de overheid bevriende media. Soms zijn verslaggevers persona non-grata. Dat is allemaal geen ramp, maar wel een zorgwekkende trend. Het National Cyber Security Center heeft dit jaar diverse vragen van me gehad, maar beantwoordt er geen. Eigenlijk is het ondenkbaar dat een overheid reële vragen niet beantwoordt, maar het gebeurt ondanks het grote leger aan voorlichters toch. Ik zou graag met de Nationale Ombudsman kijken hoe we dat kunnen doorbreken, want juist kritische verslaggeving zorgt voor een democratischer, eerlijker land. Laten we dan meteen ook opkomen voor klokkenluiders, want ook daarmee gaat het simpelweg niet goed. Weet u: regelmatig lig ik van dit soort zaken ’s nachts wakker.

Een laatste bedreiging is de agressiviteit van het Openbaar Ministerie om op journalisten te jagen. Dat werkt verstikkend, kan ik u zeggen. Neem de zaak van Alberto Stegeman. Hij toont aan hoe onveilig Schiphol is en dat eenvoudig is om een bom in het koninklijk vliegtuig te plaatsen. Niet de falende beveiliging wordt opgelost uit angst dat we ons koningshuis verliezen en een kist opnieuw op een woonwijk belandt, maar Stegeman wordt aangepakt. Het is prima om te toetsen bij wetsovertredingen, maar de sfeer is er nu een verslaggeving aanpakken. In plaats van wonden likken na onderuit te zijn gegaan bij de rechter kiest het OM ervoor om tot het gaatje, de Hoge Raad, te gaan. Daar heb ik echt geen goed woord voor over, want Stegeman’s verslaggeving redt levens. Uit eigen ervaring weet ik dat een strafzaak heel persoonlijk is en iedere dag in je hoofd speelt. Al werd in mijn geval geseponeerd het heeft wel impact op je als mens, maar vooral ook op je omgeving als familie (mijn moeder en zus) en zelfs vrienden. Daarbij wekt dit gedrag – misschien ten onrechte – de indruk dat de overheid kritiek niet tolereert.

Gelukkig is er een verschil met Hongarije: journalistiek hinderen is hier geen regel en de wetgever staat nog wel aan onze kant. Veel ambtenaren denken nog wel aan de reden dat zij ooit besloten zich voor de publieke zaak in te spannen: politie Amsterdam-Amstelland reageert zelfbewust op hinderen bij journalistiek en stelt zich open op. Met enige regelmaat laten ze me nu zien hoe ze opereren. Kritiek is welkom. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zoekt iedere keer wel de dialoog, reageert wel op vragen ook al weten ze dat dit tot discussie leidt. Maar daardoor wordt hun kant van het verhaal wel gehoord. Hetzelfde compliment mag tegenwoordig ook naar de Nederlandse Spoorwegen. De mensen van het Programma Aanpak Cybercrime zoeken juist de dialoog. Ik denk dat voor veel ambtenaren de publieke zaak nog altijd voorop staat. De tientallen agenten, conducteurs, buschauffeurs, machinsten, IT’ers bij gemeenten en wethouders maken dat duidelijk in persoonlijke contacten.

Ik geloof ook nog steeds dat Nederland op technologisch gebied het voortouw kan nemen, maar dan zullen we wel dingen anders moeten doen. Intelligent gebruik maken van de mogelijkheden van ICT waardoor het veilig en vooral effectief functioneert. De strijd met landen als China en India gaan we op mogelijkheden van apparaten verliezen, maar kunnen we op kwaliteit winnen. Daarom ook mijn oproep voor een nationaal privacydebat dat waarschijnlijk in Mei wordt gehouden. Een journalist entameert het debat en ik zeg daarom opnieuw: doe vooral mee. Rond alles met technologie valt er nog veel journalistiek te bedrijven.

Ik kan alleen maar blijven werken als mensen je blijven steunen, want achter iedere persoon gaat een ecosysteem schuil. Hoe fout het ook is mensen bij naam te noemen, ik doe het toch. Allereerst dank ik mijn overleden vader die mij bewust heeft gemaakt en nog altijd een inspiratiebron voor mij is. Mijn moeder en zus Mirjam die altijd een steun zijn ook als ze nog het verhaal nog niet snappen of het soms oneens zijn. Ook dank aan Jannie die de rust zelf is en altijd orde creëert waar ik de grootste chaos weet te maken. Mijn vrienden die altijd helpen als het nodig is en kritiek op mij niet schuwen: Arjen, Andreas, Loek, Jan, Jordi, Lodewijk, Peter, Ruud, Sander, Sebastiaan, Tom, Wouter, Wammes en natuurlijk de IT-babes. Verder dank aan – in alfabetische volgorde – de redacties van NU.nl, PC-Active en Webwereld voor vriendschappelijke samenwerking, inzamelingsacties, materiële ondersteuning, redigeren van verklaringen voor de politie, bemoedigende opmerkingen of met een belletje hun collega bijstaan. Ook dank ik de redactie van GeenStijl die in de strafzaak en of bij een hack van je computer achter me staan als een rots. Oh ja bedankt voor het brengen van het nieuws rond de verkiezing van ‘Journalist van het Jaar’ op het moment dat het nog niet de bedoeling is. Verder verdient de Nederlandse Vereniging van Journalisten een pluim voor steun, want ook zij helpen me bij herhaling maar al te graag.

Een bijzondere dank gaat uit naar mijn advocatenteam van VMW Taxand dat voor mij altijd bereikbaar is. Soms is dat op de meest bizarre uren van de avond of nacht. Als het op de rekening aankomt, knijpen ze nog wel eens een oogje toe of voeren een zaak gratis. ‘Om het algemeen belang’. De bittere realiteit is dat een journalist tegenwoordig een advocatenteam nodig heeft. Aron das Gupta, Mieke Eversteijn, Wendela Meijer en Irene Scholten bedankt voor de steun en begrip als ik soms onder spanning opereerde. Ook de vele redacties waar ik vaak prettig mee samenwerk als verhalen rond zijn: BNR, Dagblad Trouw, De Gelderlander, EdeTV, EenVandaag, NOS, Omroep Gelderland, RTL en RTV Rijnmond. Een lichtend voorbeeld en steun is altijd ook Laurens Verhagen geweest.

Nog even over de hackergemeenschap, die is wat ze moet zijn: een gemeenschap. De vele hackers die je altijd helpen en je wakker houden. Zij wijzen de weg en duiden problemen ver voordat de politiek eraan toe is ze te geloven. In het bijzonder natuurlijk de hackerspace in Arnhem, Hack42, waar ik deelnemer ben. Als laatste wil ik vriend, collega, lichtend voorbeeld en goeroe Vincent Dekker van Dagblad Trouw bedanken. Hij is niet alleen een goede collega, leuk om mee samen mee te werken en zeer kundig, maar hij is ook wel een mentor in het OV-chipkaartdossier geweest.

Laten we nu proosten op wat goed was en ons morgen inspannen voor wat veel beter kan. Dank u wel!