Ambtenaren leggen falen ICT-plannen Plasterk bloot

De ambitie van Ronald Plasterk om per 2017 een overheid te krijgen waar je echt digitaal zaken mee kunt doen, is mislukt. Als de cijfers kloppen dan kost allen het inzicht krijgen in de documentenstroom al snel miljarden euro’s per jaar. Nederland ligt mijlenver achter op andere landen.

Dat is het droevige beeld dat ambtenaren (Drs. R.IJ.M. Kuipers, Drs. K. van der Steenhoven en J.B.M. Staal) schetsen in de “Quick scan impact Wet open overheid (Woo)” in opdracht van Plasterk. De centrale vraag bij het kijken naar de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur is wat een register met aanwezige documenten zou gaan kosten.

Alles met informatie (dus ook Facebook-berichten, video’s, foto’s en mails) is een document onder de Wob en ook onder de Woo als deze wet door de Eerste Kamer komt. Dat maakt zo’n register ingewikkeld en duur, stellen de schrijvers. Inmiddels is er al goed onderbouwde kritiek op het rapport die dat in twijfel trekt.

Achterlopen

Nederland loopt achter. Veel overheden hebben nog altijd niet een lijst met welke informatie eigenlijk in huis is. In landen, zoals Noorwegen bijvoorbeeld, worden documenten tot e-mails aan toe in een register opgenomen. Wie informatie wil zoekt die op een website op en krijgt die – tenzij het document niet openbaar mag worden – binnen drie werkdagen. Dat systeem heeft moeite gekost om in te voeren, maar de kosten zijn overzichtelijk gebleken.

In Nederland is dat anders. Het bijhouden van de documenten zouden al snel honderden miljoenen of mogelijk meer dan een miljard euro aan investering vergen. Het veranderen van de cultuur bij ambtenaren zou nogmaals honderden miljoenen gaan kosten. Om vervolgens documenten in het register te verwerken en actief ook documenten openbaar te maken zou nogmaals jaarlijks meer dan een miljard euro kunnen gaan kosten. Daarvoor zouden duizenden ambtenaren extra nodig zijn.

Duurder

Dat lijkt misschien vreemd, omdat we weten dat verschillende soorten informatie bij elkaar brengen niet zo ingewikkeld is. Bijvoorbeeld de NSA doet dat met het PRISM-systeem waar telefoongesprekken, e-mails, chatberichten, Facetime-gesprekken, Skype-gesprekken, Whatsapp-berichten, Facebook-postings, enzovoort opslaat. Die gegevens harkt de organisatie bij elkaar voor alle wereldbewoners waar ze maar bij kunnen komen. De beheerskosten van dat systeem zijn niet meer dan 20 miljoen dollar per jaar. Let wel: wij hebben het alleen over een index.

Voor een deel zit er een in verschil in de onbekendheid in het goed bijhouden wat je in huis hebt en stellen de makers van het rapport dat er miljarden nodig zijn om te lezen of documenten actief openbaar mogen worden. Maar dat verklaart nog niet waarom het maken van een index zoveel meer werk is. Ook fouten in het rapport met betrekking wat er moet gebeuren aan actieve openbaarmaking of het niet inzetten van kunstmatige intelligentie of big data kunnen dit allemaal niet verklaren.

Slecht geregeld

Terecht wijzen de ambtenaren op de excessief hoge kosten van de afhandeling van een Wob-verzoek. Waar dat in andere landen (soms binnen minuten) heel weinig kost, stelt de overheid al snel 5.000 euro per verzoek kwijt te zijn. De toegang tot documenten, het klaar maken om ze vrij te geven en het realiseren van de transparantie is dan ook veel duurder. Voor een goed gedigitaliseerd land als Nederland blijft de overheid kennelijk ernstig steken.

Dat is slecht voor het bestuur. Want volgens de opstellers van de quick scan zou met de introductie van de Woo een zee van 2,5 miljard documenten openbaar worden gemaakt. Documenten die u en ik nu niet zien ondanks al het actief openbaren en het wobben.

Het rapport – met alle tekortkomingen zoals het ontbreken aan harde onderbouwing – is een duidelijk nekschot voor de Wet open overheid. Maar pijnlijker is de snoeiharde beschuldiging dat fatsoenlijk grip krijgen op je documentenstroom als overheid en de inhoud ervan in tegenstelling tot veel andere landen miljarden kost. Plasterk’s erfenis van een overheid die geschikt is voor digitale communicatie is met het gegeven dat we niets een lijst van documenten kunnen maken volledig mislukt. Natuurlijk onder voorbehoud dat dit rapport klopt. Hopelijk gaat een volgende minister orde op zaken stellen.

Rotterdams referendum ontsnapt aan ICT-blunder

Als Rotterdam op 30 november 2016 naar de stembus gaat voor een referendum dan is het een zegen dat de burgers niet kunnen stemmen in de cloud. Volgens burgemeester Ahmed Aboutaleb kan dat namelijk veilig met DigiD. Uit stukken blijkt nu dat basale zaken voor het systeem als het voorkomen manipulatie van de stemmen of het bewaren van het stemgeheim niet zijn afgedekt. Voor de gebruikte software is niet eens een ontwerp beschikbaar.

Op 30 november 2016 stemt Rotterdam over de vraag of 20.000 goedkope woningen mogen worden gesloopt. Aboutaleb wil dat, maar er zijn veel burgers tegen. De burgermeester maakte bekend een referendum hierover in de cloud te willen organiseren, waarbij burgers met DigiD kunnen inloggen. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur(Wob) heb ik alle documenten over dit stemmen opgevraagd.

Eerlijke verkiezingen

Om een referendum eerlijk te laten verlopen, moet minimaal aan een aantal eisen worden voldaan:

  1. Waarborgen van het stemgeheim;
  2. Stemgerechtigden moeten daadwerkelijk in staat zijn om te stemmen;
  3. Het niet mogelijk is te rommelen met de stemmen door aanvallers of bestuurders;
  4. De burger kan controleren dat de verkiezingen kloppend verlopen;
  5. Het is duidelijk hoe het kiessysteem werkt;

Deze en alle andere eisen horen thuis in specificaties, systeembeschrijvingen en de beschrijving van gebruikte technieken. Dan kunnen we zien wat het systeem doet en of dat overeenkomt met de eisen. De gemeente Rotterdam heeft die documenten in het geheel niet. Wat de bouwplannen zijn van het systeem is voor gemeente en burger niet te toetsen. Hoe het gebruik van niet anonieme DigiD toch het stemgeheim waarborgt is een raadsel.

Dat is problematisch, maar nog niet onoverkomelijk. Bij ieder systeem draait het om wat er nu daadwerkelijk is gebouwd: de software. Uit de broncode, zeg maar de systeemcode die de programmeurs maken en die het echte programma vormen, blijkt pas echt of aan de eisen wordt voldaan. Maar ook die broncode heeft de gemeente niet. Daarmee ontbreekt ook aan de mogelijkheid om daarop gebruikelijke beveiligingscontroles uit te voeren.

Niet toetsbaar

Wat er geleverd wordt door de leverancier is schimmig en niet controleerbaar. De kiezer kan zelfs niet controleren wat de leverancier zegt te gaan bieden. Want die informatie is volgens Rotterdam een bedrijfsgeheim. Het gevolg is dat de verkiezingen niet toetsbaar zijn. Of het bedrijf te vertrouwen is weten we niet, want ook die naam wordt niet gecommuniceerd. Zelfs basale controles naar de organisatie kunnen we niet uitvoeren.

Wel is gekeken naar veiligheid en een zogenaamde penetratietest uitgevoerd. Daarbij kijkt een bedrijf of er zwakheden van de buitenkant te zien zijn en of daar aan een standaard wordt voldaan. Naar het hele systeem, de kwaliteit van de software of achterdeurtjes is niet gekeken. Ook beschikt de gemeente niet over testrapporten dat de leverancier zelf kwaliteit waarborgt.

Bij het testen is iets ontdekt wat zo ernstig was dat het gerepareerd is en daarna opnieuw getest. In de offerte voor die test staat: “Wel is uiteraard de balans tussen investering en risicoreductie in evenwicht gehouden.” Hoe goed is geïnvesteerd op de testen, wat de bevindingen zijn, is weer geheim.

Zwarte doos

Aboutaleb presenteert een zwarte doos waar nooit harde eisen zijn neergelegd voor een eerlijk verkiezingsproces, dat geen systeemontwerp kent en waarvan hij niet weet wat er uiteindelijk gebouwd is. Er is niet het begin van bewijs dat het DigiD-systeem eerlijke verkiezingen waarborgt. Wat getest kon worden, bleek onveilig en veel is niet getest. Dat is geen goede basis voor een gewoon systeem laat staan voor verkiezingen.

De Verenigde Staten laten zien dat de presidentsverkiezingen voor de machtigste baan onderwerp van discussie kunnen worden door elektronisch stemmen. Gelukkig heeft de gemeenteraad van Rotterdam een stokje voor stemmen in de cloud gestoken. Aboutaleb heeft namelijk geen flauw idee hoeveel Rotterdammers beschikken over een DigiD en hoeveel burgers kunnen stemmen.

Lees de Wob-stukken hier:

 

De kern van het probleem

Onder president Trump zal (economische) spionage floreren en privacy te lijden hebben. Volgens Edward Snowden is niet de president, maar de technische mogelijkheid het probleem. De klokkenluider heeft gelijk.

In Oliver Stone’s film Snowden wordt schitterend in beeld gebracht hoe de klokkenluider ertoe kwam om naar buiten te treden met de manier waarop Amerika op de hele wereld spioneert. Langzaam wordt duidelijk hoe diep de inlichtingendienst buiten de wet om in het privéleven van mensen snuffelt. Na de voorstelling beantwoordde de oud-CIA en oud-NSA-medewerker vragen van het verzamelde publiek in Amsterdam.

Toen Trump ter sprake kwam, stelde hij dat niet de presidentskeuze de kern van het probleem is. Bij het wisselen van het regime ligt er een kant en klare technische infrastructuur om te spioneren en om zeer gedetailleerd in het leven van mensen te kijken. Nu er een ander regime zit, kan het probleem groter worden. En – zo stelt hij – in de VS zit een regering er maximaal acht jaar.

Verregaande mogelijkheden

Snowden’s onthullingen maken duidelijk hoe ver de praktijken gaan. Niets is te gek: malware verstopt in hardware verspreiden, drone-aanvallen op basis van de locatie van een mobiel, geautomatiseerd en professioneel inbreken op computers, het lamleggen van infrastructuur, het verzwakken van beveiligingsstandaarden, het afluisteren van regeringsleiders, het verzamelen van gedetailleerde profielen van burgers en ga zo maar door. De NSA doet dat volgens eigen zeggen allemaal met het doel een ‘voordeel in de besluitvorming’ te hebben.

Naar Amerikaanse standaarden blijkt een groot gedeelte van de spionage infrastructuur illegaal te zijn. De Raad van Europa, die toezicht houdt hoe mensenrechten in Europa vorm krijgen, bestempelt de praktijken als enorme mensenrechtenschendingen. Rapporteur Pieter Omtzigt concludeerde dat naast de privacy de VS ook de vrije meningsuiting, het recht op religie, het recht op een eerlijk proces ondermijnen. De organisatie gaat zelfs zover om te stellen dat het onze democratie ondermijnt.

Trump

Toen de onthullingen van Snowden naar buiten kwam, was de Nederlandse reactie relatief lauw. Misschien drong nog niet zo goed door dat als onder Bush en Obama een risicovolle infrastructuur wordt gebouwd deze ooit in handen komt van een nieuwe machthebber kan komen. Want de regering wordt weliswaar vervangen, maar de infrastructuur niet. Dus erft Trump een machtig wapen van Obama.

Nog een andere bevoegdheid valt de nieuwe president ten deel: het zonder aanklacht opsluiten van mensen. Obama beloofde bij het ondertekenen van de NDAA-wet dat hij tijdens zijn presidentschap wetsartikel nooit zal gebruiken. De mogelijkheid is dus gemaakt voor zijn opvolger. Altijd handig voor een toekomstig president die tijdens de campagne dreigde zijn opponent naar de gevangenis te sturen.

Is Yahoo! een kat in de zak?

Yahoo! krijgt de grootste hack ooit over zich heen, bespioneert zijn klanten en houdt cruciale informatie onder de pet. Het wordt pijnlijk duidelijk dat Verizon mogelijk een kat in de zak heeft gekocht.

Bij een hack op Yahoo! zijn zo’n 200 miljoen persoonsgegevens buitgemaakt. Het gaat om wachtwoorden, geheime vragen, e-mailgegevens, geboortedata en vooral de toegang tot het platform om identiteitsdiefstal te plegen. Problematisch daarbij is dat niet het bedrijf, maar de media de onthulling brengen.

Dat het bedrijf is gehackt, hoeft niet noodzakelijkerwijs pijnlijk te zijn. Het overkomt vrijwel ieder bedrijf. Wel problematisch is dat nu het bedrijf deze hack toegeeft, blijkt dat het incident al in 2014 plaatsvond. Ook gaat het niet om 200 miljoen slachtoffers, maar 500 miljoen. Het is de grootst bekende hack ooit en het bedrijf nam niet de moeite haar klanten te informeren. Voor Verizon, dat momenteel bezig is Yahoo! te kopen, is dit een enorme tegenslag. Dat bedrijf heeft een tak met veel expertise rond informatiebeveiliging. Met het jaarlijkse Data Breach Investigations Report gaat Verizon er prat op dat het juist transparantie brengt. Dit lek en met name het moedwillig verzwijgen ervan is slecht voor de beeldvorming.

Daarbij is er nog iets anders pijnlijk. Verizon koopt Yahoo! voor 14,8 miljard dollar met als belangrijkste doelstelling het verkrijgen van toegang tot de klanten. Niet alleen ondermijnt de hack en het geheimhouden daarvan de relatie met de klanten, maar ook devalueert de waarde aanzienlijk; het klantenbestand wordt op het darkweb voor zo’n 1800 dollar aangeboden. Verizon krijgt dus een kat in de zak.

Dat kat-in-de-zakgevoel is nog groter door het bekend worden dat in 2015 – dus ver na de onthullingen van Snowden – Yahoo! actief heeft meegewerkt met de NSA. Het bedrijf heeft software gemaakt om e-mails van klanten te scannen, die voor de NSA interessante berichten identificeert. Vervolgens heeft Yahoo! deze mailberichten aan de spionagedienst doorgespeeld. Dit was zo geheim dat zelfs de CISO hier niets van wist. Eerder bleek uit documenten van Snowden al dat de onderneming via de webcam spionage in hun messenger mogelijk maakte.

Die scansoftware en het doorspelen van berichten aan de nationale inlichtingendienst kun je misschien nog vergoelijken in een pre-Snowden-tijdperk, maar het laatste zeker niet. Die spionage ondermijnt volledig het vertrouwen in de maildienst, cloudopslag en kan voor zakelijk gebruik heel schadelijk zijn. Zeker voor de koper Verizon. Tot nu toe gold hun beveiligingstak als een vertrouwde partij, maar met de koop van Yahoo! verbinden ze zich aan een partij die concurrentiegevoelige informatie zonder pardon doorspeelt aan inlichtingendiensten.

Het laatste nieuws is dat Verizon nu een miljard minder wil betalen. Met dat geld willen ze schadeclaims tegen Yahoo! afwikkelen. Maar het is natuurlijk vooral omdat ze nu iets kopen wat ze bij nader inzien helemaal niet willen hebben. Deze kat in de zak kan namelijk gemeen krabben.

Dit artikel verscheen eerder op ICT Magazine.

Leeggeknepen door afhankelijkheid softwareleverancier

Op diverse fora klagen gebruikers van financiële en gemeentelijke software over exorbitante prijsverhogingen. Soms gaat het om 200 procent, soms zelfs om 600 procent. We zijn kwetsbaar, niet wendbaar en dus aan de wolven overgeleverd.

Gemeenteambtenaren klagen over prijsverhogingen voor softwareonderhoud bij softwareleverancier Vicrea. De klagers laten de willekeur goed zien. Een gemeente krijgt een verhoging van 100 procent voor de kiezen, de andere 430 procent, weer een ander ‘slechts’ 40 procent, terwijl een gemeente van nog geen 7.000 euro per jaar naar ruim 49.000 euro gaat. Een stijging van meer dan 600 procent.

Veel voorkomend

Het bizarre van het verhaal is dat Vicrea bekend staat als een uitdager van de gevestigde orde op de gemeentelijke softwaremarkt. Maar tijden veranderen en sinds juni is het bedrijf eigendom van hetzelfde moederbedrijf als dat van een grote jongen op de gemeentelijke softwaremarkt: PinkRoccade. En dat bedrijf flikte die truc met het verhogen van de onderhoudstarieven al in 2014.
Op een ander forum klaagt een accountant over een leverancier van administratieve software, Unit4. Die partij stuurde hem een rekening voor onderhoud, waarbij de prijs met 200 procent is gestegen. Diverse accountants herkennen het beeld en bespreken mogelijkheden om over te stappen.

Vendor lock-in

Maar overstappen naar een andere marktpartij is heel erg duur en enorm veel gedoe. Dus weten de marktpartijen dat binnen een zeer royale bandbreedte je daadwerkelijk alles met de prijzen kan doen. De klanten zitten zowel technisch als contractueel muurvast. Zolang migreren ingewikkeld is, hoef je je niet betrouwbaar op te stellen.
Maar je kunt je als klant wél ontworstelen aan de vendor lock-in. De marktpartijen hebben vaak een gezamenlijk kenmerk als ze in de modus ‘zakken openhouden en vullen’ zitten: ze innoveren niet of nauwelijks. Veel software wordt door de tijd ingehaald en kan prima herschreven worden.

Zelf doen

Het is dan ook wachten op de eerste gemeente die zelf de functionaliteit van Vicrea gaat vervangen door een open-sourcevariant en die aan de medeoverheden beschikbaar stelt. Ook accountants gaan vroeg of laat doorkrijgen dat een boekhouding in de kern al meer dan een eeuw hetzelfde is en dat ook dit proces prima opnieuw in software is over te zetten.
Als een paar partijen zich kwaad maken om de door de software gegijzelde data te kunnen verwerken, is migratie opeens wel een optie. Dat is door een zure appel heen bijten om de overheden over langere tijd geld te besparen.

Ondertussen is dan de boodschap helder: leveranciers kunnen niet alles maar flikken over de rug van de belastingbetaler, want dan maak je jezelf overbodig. Dat zou ook een fijn signaal zijn naar de ambtenaren, die niet op fora gehoord moeten worden, maar in bestuurskamers.

Hoe een vertragingstactiek het mislukken van Digitaal 2017 bloot legt

De opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) legt tijdens de behandeling in de Eerste Kamer een pijnlijk probleem bloot: overheden blijken massaal niet hun wettelijke verplichtingen te kunnen nakomen. Ook is het twijfelachtig of de ICT-ambities voor het tot 2019 vertraagde Digitaal 2017 ooit nog wel goed op de rit krijgt.

Voor het zomerreces keurde de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) goed. Groot pijnpunt volgens de Ministers Plasterk en Blok is het maken van een register met de bij de overheid aanwezige documenten. In zo’n lijst staat welke documenten er bij een bestuursorgaan zijn. Een nogal cruciaal onderdeel wil je ooit nog stukken terugvinden.

Nu de wet bij de senaat ligt en wel eens realiteit zou kunnen worden, laat minister Blok spontaan onderzoek uitvoeren naar de kosten van de invoering van de wet. Het is een beetje laat in het proces en een doorzichtige truc om de nieuwe wet te frustreren, maar ook een helder signaal: de digitaliseringsslag is heel zwak rond de toegankelijkheid van de informatie. Het is een nogal cruciaal detail.

Lezen en begrijpen

Wat de situatie extra pijnlijk maakt, is dat de lijst nu al een verplichting is. De Archiefwet eist dat er een besluit komt of een document nou wel of niet in het archief hoort en hoe openbaar het document mag zijn. Het grote verschil is alleen met de nieuwe wet is dat dat de administratie niet na twintig jaar in orde wordt gemaakt, maar nu al. Je zou verwachten dat dit een logische stap is voor een overheid die uitsluitend nog digitaal wil communiceren met de burger.

Plasterk wat de Woo zou kosten aan … de Belastingdienst. Hoe toevallig zij verwachten dat zij in ieder geval 55 miljoen per jaar kwijt zijn aan het bijhouden van de administratie. De dienst verwacht geautomatiseerd de informatie aan de lijst te kunnen toevoegen, maar niet andere zaken. Het gaat dan om verwerken van de 16.000 klachten, 420.000 bezwaarschriften, twee miljoen notities van de Belastingtelefoon en 76 miljoen aangiften.

Het rubriceren zou 1-4 minuten duren en daarmee kost het ondoenlijk veel geld is de redenering. “Maar bijvoorbeeld een klacht moet gelezen, begrepen en geanonimiseerd worden. En de beleidsdocumenten zijn hier nog niet bijgeteld”, stelt een zegsvrouw.

Duurder

Dat dit slimmer kan, is evident want rubriceren mag gewoon heel algemeen gebeuren. Een klacht is een categorie op zichzelf net als een vraag. Maar belangrijker is de vraag: hoeveel kost het rubriceren als je 20 jaar later een wettelijk verplicht besluit over de stukken neemt?

Volgens Marens Engelhart van het Nationaal Archief stelt tijdens een hoorzitting over de Woo in de senaat dat achteraf behandelen het veel duurder is:

De Wet open overheid brengt eigenlijk de noodzaak naar voren om voor al die organen ook elementen met betrekking tot de openbaarheid in te regelen. Zodra organisaties namelijk archieven overbrengen naar een archiefinstelling, moet aangegeven worden wat het openbaarheidsregime is en of er beperkingen zijn. Als je dat pas doet op het moment van overbrenging, is dat heel veel werk en het is ook kostbaar om dit achteraf te doen. In het wetsvoorstel open overheid wordt dat moment naar voren gebracht. Er zijn dus twee elementen. Het gaat in de eerste plaats om meer organisaties en in de tweede plaats wordt het moment van openbaarheidsbeperkingen naar voren gebracht. Dat is effectiever.

Slechte archivering

Daarnaast wordt iets anders duidelijk: als er nu nieuwe kosten dreigen te ontstaan dan deugt de archivering dus niet. Volgens Blok moet nu worden uitgezocht wat het rubriceren van documenten kost. Al is het nu al een verplichting toch is dit kennelijk een grote onbekende.

Dus als de minister in 2019 überhaupt zijn digitaliseringsambities (Digitaal 2017) al weet waar te maken dan voldoet de overheid nog altijd niet aan de Archiefwet. Een conclusie die wel vaker wordt getrokken. Het parlement vraagt om goede archivering, maar krijgt dat niet.

Informatie verdwijnt dus in systemen waar het niet makkelijk is meer te vinden. Dat verklaart meteen waarom de huidige Wob-verzoeken zoveelk gedoe zijn. De informatie is er wel, maar zo goed verborgen dat zelfs de ambtenaren er maanden aan moeten werken om die ooit nog boven tafel te krijgen.

Jij-bak

Via een goedkope jij-bak schrijven ministers Plasterk (ooit als minister in het verleden verantwoordelijk voor de archieven) en Blok dat problemen nu toe aan de Wet open overheid.

De brief van Blok over het onderzoek naar de invoering van de Woo maakt iets heel duidelijk: Het echte probleem is niet de nogal doorzichtige vertragingstactiek om transparantie tegen te gaan, maar de onkunde de digitale archieven goed op orde te krijgen en het stelselmatig negeren van signalen. Dat probleem materialiseert zich ze met de huidige Archiefwet pas over een jaartje of 20.

 

NZa: Niet lullen, maar poetsen!

De Nederlandse Zorgautoriteit bewierookt in een ronkend persbericht zorgverzekeraar CZ voor het openbaar maken van ziekenhuistarieven. Maar die verklaring is hypocriet. De NZa zit namelijk zelf op deze gegevens en houdt ze angstvallig geheim.

Zorgverleners betalen voor veel behandelingen via een standaard codering. Zo is te zien wat bijvoorbeeld het behandelen van een bepaalde beenbreuk kost. De prijs verschilt per ziekenhuis en contract. Het kan zijn dat jouw zorgverzekeraar meer betaalt dan een andere. En ben je niet verzekerd dan betaal je weer een ander tarief.

Database

Dankzij de codering moeten wij als patiënten gaan shoppen en de NZa, de marktmeester in de zorg, moet de transparantie bevorderen. De zorgautoriteit beschikt namelijk over een grote database met daarin alle behandelingen, die zijn gedeclareerd. Je kunt dus heel precies zien wat behandelingen kosten en het zou patiënten enorm helpen als die gegevens controleerbaar zijn.

Dus vroeg de Stichting Open State Foundation in 2014 met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur om die database geheel of gedeeltelijk openbaar te maken. Vervolgens zette de zorgautoriteit alles op alles om juist deze gegevens onder de pet te houden. Er viel nergensover te praten en voor tussenvormen van openbaarmaking stonden ze ook niet open.

Niet transparant

Toen ik voor de stichting naar de rechter stapte, zette de NZa de landsadvocaat in om juist transparantie te blokkeren. Flink investeren in schimmigheid om de zorgkosten geheim te houden. Dat dit betaald wordt van ons belastinggeld en onze zorgpremies laat deze overheid koud.

Inmiddels ligt de zaak bij de Raad van State waar NZa hun ‘no can do’-evangelie blijft verkondigen. Een belangrijke lijn van redenering is de angst dat zorgverzekeraars de kosten van zorgverleners zouden drukken. Zorgverleners zouden dat niet willen. Maar in het hoger beroep hebben we een verklaring van de MC Groep die namens vier ziekenhuizen zegt geen enkel bezwaar voor openbaarmaking te zien.

Hypocriet

Hoe hypocriet is het dat zodra CZ deze tarieven openbaar maakt  NZa in een persbericht de loftrompet gaat steken over transparantie?

De NZa hoopt dat deze stap een versnelling betekent in het beschikbaar stellen van informatie over kwaliteit en kosten van zorg; en dat andere zorgverzekeraars het voorbeeld van CZ volgen.

Of met statements als:

René Jansen, lid van de Raad van Bestuur van de NZa: “Een volgende stap is dat ook andere zorgverzekeraars aan de slag gaan met het inzichtelijk maken van de kosten van ziekenhuisbehandelingen. En uiteindelijk zouden verzekeraars ook meer informatie moeten gaan geven over de kwaliteit van de zorg; patiënten willen graag weten waar je het beste terecht kunt voor een bepaalde behandeling. Dat betekent dat verzekeraars bij de inkoop ook afspraken gaan maken over de kwaliteit van zorg.”

Het cynische van het verhaal is dat de sleutel voor een groot deel bij de NZa ligt. Zij kunnen vandaag nog dit probleem oplossen. In juli wezen we de NZa nog publiekelijk op wettelijke mogelijkheden hiervan. Maar dan moet je wel willen

De oplossing is simpel: maak vandaag nog zorgkosten openbaar

of anders gezegd: niet lullen maar poetsen!

Als Jeugdzorg kinderen ophaalt, kijkt iedereen weg

Veel verhalen die ik zie halen uiteindelijk niet de eindstreep van een artikel. Toch kan een zaak in je hoofd blijven spelen, omdat het geval zo schrijnend is. Zo ook het geval van Ilja en zijn moeder bij wie Bureau Jeugdzorg in 2012 zijn broertje en zusje komen ophalen en uit huis plaatsen. Hiervan zijn beelden. Hierop ontpopt zich een spel, waarbij de raderen van de overheid zonder compassie over een familie heen lijken te walsen.

GeenStijl leest het hele dossier en komt met een grondige analyse van het geval. De site besteedt vaak aandacht aan het dossier en maakt er zelfs een minidocumentaire over. Jeugdzorg is boos over de aandacht van media. Er volgen drie aangiftes tegen Ilja, een arrestatieteam haalt hem op en hij zit drie dagen in de cel. Na verhoor bleek er geen zaak tegen de jongeman.

Geen uitleg
Ilja neemt ook contact met mij op en stuurt mij honderden pagina’s dossier. Uit niks blijkt een een echte problematiek en nergens valt uit op te maken dat een ingrijpende maatregel als het uit huis plaatsen van kinderen te rechtvaardigen is. Ook de school is positief over de kinderen. Maar Bureau Jeugdzorg zwijgt. Zonder de andere kant van het verhaal is het nagenoeg onmogelijk dat beeld compleet te krijgen en nieuwe feiten te onthullen. Dat steekt enorm, want er is wel iets aan de hand.

Uitleg komt er ook niet. De politiek reageert niet op de verhalen en dus wordt de minister niet om uitleg gevraagd. De Nationale Ombudsman mag volgens de wet niet ingrijpen in lopende juridische procedures. Rechters zullen niet snel Bureau Jeugdzorg in het ongelijk stellen na alle familiedrama’s. Na lang aandringen vertelt een rechter me dat het nagenoeg onmogelijk is in dit tijdgewricht risico te nemen ook als dat wel zou kunnen. Natuurlijk mag ik de rechter niet bij naam opvoeren en aan een enkele bron heb je niets.

Het Europees Parlement houdt een hoorzitting (ook op video te zien) en eist opheldering van Nederland. Maar die opheldering komt niet. Ook het Letse parlement buigt zich over de zaak en in Letland (waar de familie vandaan komt) wordt zelfs een demonstratie voor de Nederlandse ambassade georganiseerd door een Europees Parlementslid. De Letse overheid vraagt Nederland om opheldering wat er nou aan de hand is – en krijgt die wederom niet. In Nederland blijft het stil. Ondertussen wordt zelfs op Russische conferenties rond kinderen over de zaak gesproken.

Stille strijd
Ilja blijft stilletjes doorvechten om zijn broertje en zusje weer bij de moeder te krijgen. Een paar keer per week klopt hij bij mij aan met informatie of een herinnering. Ik lees de berichten, maar het is enorm moeilijk er hard (nieuw) nieuws van te maken. Het lastige is ook dat ik niet een hele organisatie wil afschrijven op een enkele zaak. Dat is immers geen structuur.

Zaterdag verscheen er in de Britse Daily Telegraph een artikel waar de framing zich nu op Nederland als land richt. De auteur wrijft fijntjes in waar we als land basale rechten ontzeggen aan Ilja, de moeder, het broer en zusje.

Hoe het ook zij: er voltrekt zich een persoonlijk drama bij een familie en eigenlijk staart iedereen naar elkaar. Niemand lijkt genegen de zaak recht te trekken of de impasse te doorbreken. Ilja knokt met moeder en advocaat door. Hij heeft het meeste te winnen. Als straf voor het naar de media stappen heeft hij sinds de uithuisplaatsing – nu bijna 15 maanden geleden – zijn broertje en zusje precies één keer mogen zien. Twee uur lang. Om de familieband goed te houden zullen we maar zeggen.

1-0

Met het aannemen van de Wet open overheid door de Tweede Kamer staat het 1-0 voor de burgers versus VNO/NCW en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Vooral die laatste club lijkt de eigen organisatie steeds belachelijker te maken.

VNG-directielid Kees Jan de Vet had het er maar druk mee de laatste weken. Hij had rode vingertjes van het sturen van brandbrieven naar de Tweede Kamer en het bellen naar de politici om vooral tegen meer transparantie te stemmen. Zijn verhaal is al jaren dat hij transparantie een warm hart toedraagt, maar de daden van hem en zijn vereniging zijn telkens anders. Zijn club adviseert al jaren in obstructie van transparantie, het op kosten jagen van burgers, het buitenspel zetten van digitale hulpmiddelen en het coördineren van verzet tegen iedere verandering.

Niks bereikt

Als het aan hem en zijn VNG had gelegen, gebeurt er niets. Want zoals de beste man al verkondigde bij een hoorzitting in 2014 wilde hij af van de druk om tijdig volgens de Wob zaken te leveren. De gemeenten zouden dan vanzelf transparanter worden. Een nieuwe wet was volgens hem echt niet nodig. Al eerder werd beterschap beloofd, maar ook toen veranderde er bitter weinig.

Maar transparantie en het leveren van informatie staat of valt met digitalisering van de documentenstroom. Van die stap is ook weinig terecht gekomen. Eerdere initiatieven om bijvoorbeeld het uitwisselen van gegevens te verbeteren zijn onder verantwoordelijkheid van de VNG onder aanvoering van Kees Jan op weinig uitgedraaid.

Geen rol

Hoe het ook zij Kees Jan was actief in het tegenwerken van de wet namens de gemeenten. Het leek goed te werken, want vooral het CDA had goed geluisterd naar de VNG. En ook Plasterk wees erop:

Dat is consistent, mede omdat ook andere overheden, bijvoorbeeld de VNG, kritisch hebben gereageerd op het voorliggende voorstel.

Wat de Minister en de VNG gemakshalve even vergeten, is dat de bestuurdersclub geen overheid is. Sterker nog: wil de VNG namens gemeenten spreken dan moet er een mandaat zijn en dat is er niet. In diverse gemeenten wordt veel transparanter geopereerd en gewerkt aan een digitale omgeving om aan de wet te voldoen. Kees Jan spreekt voor zijn beurt.

Yes we can

Als Kees Jan de energie die hij de laatste weken heeft getoond in het tegenwerken van de wet de laatste jaren had gehad bij voor elkaar boksen van betere archieven, betere transparantie, een cultuurveranderingen dan hadden we misschien geen wetswijziging nodig. Maar het typeert de negatieve houding van de VNG. Altijd ‘nee we kunnen het niet’ als boodschap. In plaats van een optimistische handen uit de mouwen slaan en dingen wel bereiken. Want de stappen om wel informatie toegankelijk te maken zijn niet moeilijk.

Ondertussen is Kees Jan bezig met een nieuw project: een commissie adviseren over het inrichten van het lokaal bestuur. Welke boodschap zal hij daar uitstralen?

Waarom is de VVD zo tegen transparantie?

Als we iets kunnen leren van de Panama-papers dan is het wel dat transparantie helpt om louche zaken aan het licht te brengen. Daarom debatteert de Tweede Kamer woensdag over een wet om allerhande schijnconstructies rond transparantie af te dichten, maar de VVD voert het verzet aan. Waarom?

Na jaren van voorbereiding gaat het parlement over de Wet open overheid (Woo) debatteren. De wet voorkomt schijnconstructies waar overheden via schimmige verenigingen en stichtingen documenten aan transparantie onttrekken, dwingt betere digitalisering van documenten af, zou eindelijk eens zorgen dat er een lijst is van documenten die we in huis hebben en voorziet in een informatiecommissaris die helpt de zaakjes op orde te krijgen.

Advies, advies, nog meer advies

Maar de VVD verzet zich met hand en tand. Eerst riep de partij dat de Raad van State nog maar eens moest gaan kijken, maar bedacht zich toen dat die al een advies had uitgebracht. Dus die vlieger gaat niet op.

Vervolgens bedenkt de partij nu dat Actal advies moet uitbrengen. Dit is een adviesorgaan tegen regeldruk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid. Dit orgaan kijkt dus naar andere groepen en Maar het levert wel vertraging op.

En de VVD wil dat het BIT, het Bureau ICT Toetsing iets van de wet vindt. Dat is best grappig, want het beleid om digitalisering van documenten op orde te krijgen is een lopend project onder verantwoordelijkheid van een VVD’er. Normaliter toetst het BIT op bestaande programma’s of projecten van €5.000.000 of meer en dat is er met deze wet nog niet.

Waarom het maken van een documentenlijst vijf miljoen of meer moet kosten met beschikbare oplossingen, is mij een raadsel. Maar het levert opnieuw vertraging op.

Niet in mijn tuin

Toch is dat niet alles. De VVD verzet zich ook tegen het plaatsen van de Tweede Kamer onder transparantie, want een ambtenaar moet openbaar opereren maar een volksvertegenwoordiger kennelijk niet. Verder zijn er amendementen om veel misbruikte weigeringsgronden overeind te houden en de schijnconstructies om documenten aan het publiek te onttrekken in stand te houden. Transparantie is leuk, maar niet als het jezelf betreft. Dus is ook de bestuurdersclub VNG tegen.

Natuurlijk zegt de partij tijdens het debat enorm voor transparantie te zijn. De problemen van gebrekkige transparantie legt de partij bij de cultuur. Vreemd genoeg is deze partij dan ook weer tegen een informatiecommissaris die juist in veel landen in Europa leidt tot een andere cultuur.

Na alle affaires met frauderende VVD-bestuurders zou je verwachten dat de partij iedere schijn van schimmigheid zou vermijden. Het tegendeel is echter waar. Met de nieuwe wet zou er veel openbaar worden van wat nu verborgen blijft. Kennelijk zitten daar zaken tussen die voor sommige partijen echt te gevoelig zijn. Komende dinsdag wordt er gestemd en dat is openbaar. Dan kunnen we in alle transparantie zien wie echt wat te verbergen heeft.