Openheid vragen moet

Als het aan de Tweede Kamerfractie van de PvdA ligt komen er “minder mensen als meneer De Winter”. Dat stelde Tweede Kamerlid Pierre Heijnen gisteren bij de presentatie van een boek over de Wob.In het boek Een muur van rubber vertellen vooral journalisten over de tegenwerking, die zij keer op keer hebben bij het krijgen van openheid van onze bestuurders. In het boek zit ook een hoofdstuk van mijn hand dat vooral inzicht geeft in de creativiteit van sommige ambtenaren bij de rechtzoekende burger. Natuurlijk ook met een voorbeeld van hoe het ook kan.

Ik heb van het wobben op bepaalde thema’s een sport gemaakt, omdat ik anders bepaalde nieuwsverhalen onvoldoende rond krijg of een incompleet beeld heb. Niet omdat ik het leuk vind om iedere keer afwijzingen te krijgen en weer eens in bezwaar te moeten, maar omdat ik weiger akkoord te gaan met het verborgen houden van zaken die ons collectief eigendom zijn. In documenten staat namelijk de formele, bestuurlijke waarheid. Al vraagt de wet van het bestuur veel pro-actief openbaar te maken in de praktijk moet je iedere keer bedelen.

PvdA-feestje
Het boek werd aangeboden aan PvdA-politicus, oud-minister en oud-burgemeester Bram Peper, die ooit zelf als gevolg van een Wob-verzoek in politiek zwaar weer kwam. Dat ging toen over zijn declaratiegedrag. Hij stelde dan ook cynisch vast dat hij zijn functie verloor over bonnetjes, terwijl politici nu het teveel gedeclareerde terugbetalen en daarmee de kous af was.

Bij de bijeenkomst in Nieuwspoort was ook PvdA-kamerlid Pierre Heijnen, die het opnam voor de oh zo arme ambtenaren, die al die vragen van journalisten moeten beantwoorden. Zij moeten al die documenten maar gaan zoeken.

Minder De Winter
Daarbij viel ook de opmerking dat er in Nederland toch niet meer mensen als meneer De Winter moesten komen, want er werd toch echt teveel gewobt. Daardoor zou het systeem verstoppen en het getuigde van mijn luiheid dat ik zoveel vroeg. Tactisch laat hij buiten beschouwing dat de wet voorschrijft dat er een verplichting is om zaken pro-actief openbaar te maken. Ook moet de overheid een goede administratie voeren om stukken te vinden (de “goede en geordende staat uit de Archiefwet). Dat zou veel Wob-verzoeken versnellen.

Toen de opmerking niet goed bleek te vallen in journalistenland volgde het bekende politieke gedraai. Het ging om kleine gemeenten waar vragen een probleem zijn, want met ministeries had hij “geen medelijden”. Mijn wobjes waren vooral een “schot hagel”. Iedere onderbouwing van die stelling bleef uiteraard uit en bleef de link uit met nieuws dat daadwerkelijk wèl werd gemaakt.

Om onderbouwing kon ik natijd ook niet vragen, want meneer had een spoeddebat en moest weg. Iets met overheidsdocumenten over 11 standrechtelijke executies in Afghanistan die de Tweede Kamer niet krijgt. Een relletje dat begon met een Wob-verzoek. Tijdens het debat was er een ander spoeddebat: de RTL-nieuws Wob over de zelfverrijking bij de politietop.

Wat feiten
Toen vorig jaar de rel rond de OV-chipkaart speelde, kon ik samen met dagblad Trouw dankzij een Wob aantonen dat de conclusies fors waren afgezwakt. PvdA-coryfee Jeltje van Nieuwenhoven nam als OV-ambassadeur het elektronisch kaartje in een rapport in bescherming. Reizigers maken zich nauwelijks druk over de privacy. Dankzij de tegenwerking moest ik naar de rechter om hard te krijgen dat deze conclusies nergens op gebaseerd waren.

De irritatie van Heijnen over mijn ene Wob naar alle gemeenten is onheus. Diverse gemeenten konden de documenten binnen een dag vrijgeven. Dit kon simpeler als de VNG openheid van zaken had gegeven, maar zij lieten het liever op een semantische discussie bij de bestuursrechter aankomen. Dat het onderzoek nuttig was, bleek al snel: Het beleid van PvdA-staatssecretaris Heemskerk kon niet zonder kritische journalistiek. Het programmabureau NOiV besloot eerst niemand op decentrale overheden te zetten. Na het onderzoek zijn dat twee mensen.

Als PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma niet herhaalde visies van het College Bescherming Persoonsgegevens in de wind zou slaan over een schuldendatabase was ik het dossier nooit gaan onderzoeken. Nu heb ik een ‘schot hagel’ moeten afvuren om helderheid te krijgen over waarom iedere Nederlander beschermd moet worden tegen overcreditering met een plan van niemand minder dan Dirk Scheringa.

Wat statistieken
In Nederland wordt niet gewobt. Gewoon niet. 1.200 Wobjes jaarlijks op landelijk niveau stelt niets voor. Het maakt duidelijk dat de Nederlandse onderzoeksjournalistiek in een crisis zit. Per hoofd van de bevolking wobben Amerikanen ruim zeventig maal zoveel. In Bulgarije zo’n 25 maal zoveel.

Nog wat getalletjes: in Engeland is er geen departement met minder dan vijftig Wob-ambtenaren, in Nederland geen één met meer dan vijf. Van de bijna 100 bezwaarschriften, die ik dit jaar schreef voor geweigerde informatie, werden er ruim 60 binnen twee weken zonder hoorzitting stilletjes gegrond verklaard zonder zitting.

Slomer dan Zimbabwe
Op 1 oktober werd de Wet openbaarheid van bestuur aangepast. Nu kunnen overheden met foefjes en trucjes het beantwoorden van verzoeken tot vijf maanden rekken met dank aan PvdA-minister Guusje ter Horst. Als ze besluiten te verstrekken, want de route met bezwaar duurt acht maanden. Samen met Zimbabwe hebben we dan ook de traagste toegang tot overheidsinformatie ter wereld. Dat in een tijd van digitalisering en ‘e-overheid’. Ter vergelijk: in Estland moet de overheid binnen 5 dagen antwoorden.

Wij zijn het achtste land dat een Wob kreeg. Als PvdA-boegbeeld Joop den Uyl de introductie niet tien jaar had vertraagd, hadden wij hoger gescoord. Dat je in Nederland brede vragen moet stellen (het beruchte ‘schot hagel’) komt door het systeem. De burger weet niet welke documenten er zijn. In ontwikkelde landen, zoals Noorwegen, kun je gewoon door documenten zoeken en per document een verzoek indienen. Dit jaar heb ik dat twaalf keer gedaan en dus heb je geen ‘schot hagel’ nodig, terwijl binnen een week alle wobjes waren beantwoord. PvdA-minister Guusje ter Horst weigert met de NVJ te praten over de Wob, zodat we dit punt nog steeds niet op tafel kunnen leggen.

Minder PvdA, minder Wobs!
De krokodillentranen van Pierre Heijnen roepen bij mij één emotie op: de irritatie van een old-school, regentesk bestuurder, die wel eventjes zal bepalen welke documenten een journalist wel of niet mag zien. Je snapt toch niet dat er een kloof tussen burger en politiek is. De waakhond van de democratie moet kennelijk verworden tot een soort schoothondje.

Ik wil een tegenvoorstel doen: als jullie met heel veel minder zetels in de Tweede Kamer terugkomen, komt er minder twijfelachtig beleid. Zou een zegen voor mijn kerndossiers als beveiliging en privacy zijn. Dan beloof ik jullie bestuurders – zo die er nog zijn – minder te bevragen. Daar is dan immers geen reden toe.

Sorry Pierre. Die vlieger gaat bij mij niet op. Ik ben het eerder met je partijgenoot Bram Peper eens, die juist tijdens de sessie verhaalde hoe belangrijk het is om feiten te checken. Dat doe je met documenten. En als je hebt opgelet zat hij heftig bevestigend te knikken toen ik jou van repliek diende.

Aan de slag
Ik vind wobben leuk, want ieder geopenbaard document is een overwinning op de achterkamertjes. Volgend jaar zullen er veel onderzoeken volgen. Nu tik ik – lekker lui – aan een Wobje over ACTA aan een buitenlandse overheid, want daar krijg je informatie wel. PvdA-staatssecretaris Heemskerk blijkt namelijk in achterkamertjes te onderhandelen over een verdrag waardoor met een beetje pech computergebruikende burgers straks zonder proces of bewijs aan Marokko kunnen worden uitgeleverd. Ik wil wel weten hoe dat zit als je het niet erg vindt…