Hoe een vertragingstactiek het mislukken van Digitaal 2017 bloot legt

De opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) legt tijdens de behandeling in de Eerste Kamer een pijnlijk probleem bloot: overheden blijken massaal niet hun wettelijke verplichtingen te kunnen nakomen. Ook is het twijfelachtig of de ICT-ambities voor het tot 2019 vertraagde Digitaal 2017 ooit nog wel goed op de rit krijgt.

Voor het zomerreces keurde de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) goed. Groot pijnpunt volgens de Ministers Plasterk en Blok is het maken van een register met de bij de overheid aanwezige documenten. In zo’n lijst staat welke documenten er bij een bestuursorgaan zijn. Een nogal cruciaal onderdeel wil je ooit nog stukken terugvinden.

Nu de wet bij de senaat ligt en wel eens realiteit zou kunnen worden, laat minister Blok spontaan onderzoek uitvoeren naar de kosten van de invoering van de wet. Het is een beetje laat in het proces en een doorzichtige truc om de nieuwe wet te frustreren, maar ook een helder signaal: de digitaliseringsslag is heel zwak rond de toegankelijkheid van de informatie. Het is een nogal cruciaal detail.

Lezen en begrijpen

Wat de situatie extra pijnlijk maakt, is dat de lijst nu al een verplichting is. De Archiefwet eist dat er een besluit komt of een document nou wel of niet in het archief hoort en hoe openbaar het document mag zijn. Het grote verschil is alleen met de nieuwe wet is dat dat de administratie niet na twintig jaar in orde wordt gemaakt, maar nu al. Je zou verwachten dat dit een logische stap is voor een overheid die uitsluitend nog digitaal wil communiceren met de burger.

Plasterk wat de Woo zou kosten aan … de Belastingdienst. Hoe toevallig zij verwachten dat zij in ieder geval 55 miljoen per jaar kwijt zijn aan het bijhouden van de administratie. De dienst verwacht geautomatiseerd de informatie aan de lijst te kunnen toevoegen, maar niet andere zaken. Het gaat dan om verwerken van de 16.000 klachten, 420.000 bezwaarschriften, twee miljoen notities van de Belastingtelefoon en 76 miljoen aangiften.

Het rubriceren zou 1-4 minuten duren en daarmee kost het ondoenlijk veel geld is de redenering. “Maar bijvoorbeeld een klacht moet gelezen, begrepen en geanonimiseerd worden. En de beleidsdocumenten zijn hier nog niet bijgeteld”, stelt een zegsvrouw.

Duurder

Dat dit slimmer kan, is evident want rubriceren mag gewoon heel algemeen gebeuren. Een klacht is een categorie op zichzelf net als een vraag. Maar belangrijker is de vraag: hoeveel kost het rubriceren als je 20 jaar later een wettelijk verplicht besluit over de stukken neemt?

Volgens Marens Engelhart van het Nationaal Archief stelt tijdens een hoorzitting over de Woo in de senaat dat achteraf behandelen het veel duurder is:

De Wet open overheid brengt eigenlijk de noodzaak naar voren om voor al die organen ook elementen met betrekking tot de openbaarheid in te regelen. Zodra organisaties namelijk archieven overbrengen naar een archiefinstelling, moet aangegeven worden wat het openbaarheidsregime is en of er beperkingen zijn. Als je dat pas doet op het moment van overbrenging, is dat heel veel werk en het is ook kostbaar om dit achteraf te doen. In het wetsvoorstel open overheid wordt dat moment naar voren gebracht. Er zijn dus twee elementen. Het gaat in de eerste plaats om meer organisaties en in de tweede plaats wordt het moment van openbaarheidsbeperkingen naar voren gebracht. Dat is effectiever.

Slechte archivering

Daarnaast wordt iets anders duidelijk: als er nu nieuwe kosten dreigen te ontstaan dan deugt de archivering dus niet. Volgens Blok moet nu worden uitgezocht wat het rubriceren van documenten kost. Al is het nu al een verplichting toch is dit kennelijk een grote onbekende.

Dus als de minister in 2019 überhaupt zijn digitaliseringsambities (Digitaal 2017) al weet waar te maken dan voldoet de overheid nog altijd niet aan de Archiefwet. Een conclusie die wel vaker wordt getrokken. Het parlement vraagt om goede archivering, maar krijgt dat niet.

Informatie verdwijnt dus in systemen waar het niet makkelijk is meer te vinden. Dat verklaart meteen waarom de huidige Wob-verzoeken zoveelk gedoe zijn. De informatie is er wel, maar zo goed verborgen dat zelfs de ambtenaren er maanden aan moeten werken om die ooit nog boven tafel te krijgen.

Jij-bak

Via een goedkope jij-bak schrijven ministers Plasterk (ooit als minister in het verleden verantwoordelijk voor de archieven) en Blok dat problemen nu toe aan de Wet open overheid.

De brief van Blok over het onderzoek naar de invoering van de Woo maakt iets heel duidelijk: Het echte probleem is niet de nogal doorzichtige vertragingstactiek om transparantie tegen te gaan, maar de onkunde de digitale archieven goed op orde te krijgen en het stelselmatig negeren van signalen. Dat probleem materialiseert zich ze met de huidige Archiefwet pas over een jaartje of 20.

 

Plasterk blijft vechten tegen transparantie

Nadat de Tweede Kamer op eigen initiatief een nieuwe wet voor transparantie heeft aangenomen, wil Ronald Plasterk door met de oude wet: maar dan minder transparant.

Nog geen maand geleden stemde het parlement voor de initiatiefwet van GroenLinks en D66 om de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) te vervangen door de Wet open overheid (Woo). Een historische stap. Het gevolg is dat meer overheidsinformatie in openbaarheid mag en de burger minder lang hoeft te wachten.

Onfatsoenlijk

Maar voor de Eerste Kamer zich over de wet kan buigen heeft Plasterk een tweede wet ingeschoten bij het parlement. Die wet borduurt voort op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Om te voorkomen dat golddiggers de wet misbruiken moet er een aanpassing komen: de dwangsom moet worden afgeschaft door wettelijke termijnen een onderdeel van overleg te maken. Ofwel: de burger de rechtspositie af te pakken.

Niet alleen is de methodiek ‘wacht maar tot je een ons weegt’ onfatsoenlijk, maar ook de gang van zaken. Het probleem van de golddiggers is namelijk in de Woo al opgelost en daarover heeft de Tweede Kamer al beslist. Probleem gefixt dus. Door nu de initiatiefwet van het parlement te doorkruisen met een eigen, mindere wet is ronduit onfatsoenlijk.

Dat documenten zo slecht toegankelijk zijn bij veel overheden valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. En u raadt het al: echt meters maakt Plasterk niet met het fixen van de oorzaak van het laat beslissen op informatieverzoeken: de slechte systemen. Weer onfatsoenlijk, zeker als je beseft dat de Woo wél op die problemen ingaat. Dat is dus drie maal onfatsoenlijk.

Haast

Natuurlijk is er een redenering om dit onfatsoenlijke goed te praten. De minister heeft namelijk haast om dit probleem te fixen. Anders vloeit er zoveel geld weg. Daarom is het ‘spoedwetje’ nodig. Maar de spoedwet heeft wel twee jaar op zich laten wachten. In juni 2015 sprak de kamer er al over.

Dat de behandeling bijna een jaar heeft stilgelegen is op initiatief van Plasterk zelf. Hij schrok van een PvdA-motie. Die stelt namelijk dat de burger wel naar de rechter mag stappen wanneer de overheid de wettelijke termijnen aan de laars lapt. Inmiddels is die motie aangenomen … tijdens de behandeling van de Woo. Dus de spoed is nogal een misbruikt argument.

Sans gêne

De Tweede Kamer zou zich geschoffeerd moeten voelen door het überhaupt inbrengen van deze wet, de schijnargumenten van ‘spoed’ en de gebrekkige informatievoorziening. Deze wet reageert zeven jaar sinds de introductie op een probleem dat inmiddels door het parlement al is verholpen en hoopt duidelijk dat de Woo er nooit gaat komen. Ondertussen raakt het de rechtspositie van de burger. Plasterk is echt sans gêne en echt onfatsoenlijk bezig.

 

1-0

Met het aannemen van de Wet open overheid door de Tweede Kamer staat het 1-0 voor de burgers versus VNO/NCW en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Vooral die laatste club lijkt de eigen organisatie steeds belachelijker te maken.

VNG-directielid Kees Jan de Vet had het er maar druk mee de laatste weken. Hij had rode vingertjes van het sturen van brandbrieven naar de Tweede Kamer en het bellen naar de politici om vooral tegen meer transparantie te stemmen. Zijn verhaal is al jaren dat hij transparantie een warm hart toedraagt, maar de daden van hem en zijn vereniging zijn telkens anders. Zijn club adviseert al jaren in obstructie van transparantie, het op kosten jagen van burgers, het buitenspel zetten van digitale hulpmiddelen en het coördineren van verzet tegen iedere verandering.

Niks bereikt

Als het aan hem en zijn VNG had gelegen, gebeurt er niets. Want zoals de beste man al verkondigde bij een hoorzitting in 2014 wilde hij af van de druk om tijdig volgens de Wob zaken te leveren. De gemeenten zouden dan vanzelf transparanter worden. Een nieuwe wet was volgens hem echt niet nodig. Al eerder werd beterschap beloofd, maar ook toen veranderde er bitter weinig.

Maar transparantie en het leveren van informatie staat of valt met digitalisering van de documentenstroom. Van die stap is ook weinig terecht gekomen. Eerdere initiatieven om bijvoorbeeld het uitwisselen van gegevens te verbeteren zijn onder verantwoordelijkheid van de VNG onder aanvoering van Kees Jan op weinig uitgedraaid.

Geen rol

Hoe het ook zij Kees Jan was actief in het tegenwerken van de wet namens de gemeenten. Het leek goed te werken, want vooral het CDA had goed geluisterd naar de VNG. En ook Plasterk wees erop:

Dat is consistent, mede omdat ook andere overheden, bijvoorbeeld de VNG, kritisch hebben gereageerd op het voorliggende voorstel.

Wat de Minister en de VNG gemakshalve even vergeten, is dat de bestuurdersclub geen overheid is. Sterker nog: wil de VNG namens gemeenten spreken dan moet er een mandaat zijn en dat is er niet. In diverse gemeenten wordt veel transparanter geopereerd en gewerkt aan een digitale omgeving om aan de wet te voldoen. Kees Jan spreekt voor zijn beurt.

Yes we can

Als Kees Jan de energie die hij de laatste weken heeft getoond in het tegenwerken van de wet de laatste jaren had gehad bij voor elkaar boksen van betere archieven, betere transparantie, een cultuurveranderingen dan hadden we misschien geen wetswijziging nodig. Maar het typeert de negatieve houding van de VNG. Altijd ‘nee we kunnen het niet’ als boodschap. In plaats van een optimistische handen uit de mouwen slaan en dingen wel bereiken. Want de stappen om wel informatie toegankelijk te maken zijn niet moeilijk.

Ondertussen is Kees Jan bezig met een nieuw project: een commissie adviseren over het inrichten van het lokaal bestuur. Welke boodschap zal hij daar uitstralen?

Waarom is de VVD zo tegen transparantie?

Als we iets kunnen leren van de Panama-papers dan is het wel dat transparantie helpt om louche zaken aan het licht te brengen. Daarom debatteert de Tweede Kamer woensdag over een wet om allerhande schijnconstructies rond transparantie af te dichten, maar de VVD voert het verzet aan. Waarom?

Na jaren van voorbereiding gaat het parlement over de Wet open overheid (Woo) debatteren. De wet voorkomt schijnconstructies waar overheden via schimmige verenigingen en stichtingen documenten aan transparantie onttrekken, dwingt betere digitalisering van documenten af, zou eindelijk eens zorgen dat er een lijst is van documenten die we in huis hebben en voorziet in een informatiecommissaris die helpt de zaakjes op orde te krijgen.

Advies, advies, nog meer advies

Maar de VVD verzet zich met hand en tand. Eerst riep de partij dat de Raad van State nog maar eens moest gaan kijken, maar bedacht zich toen dat die al een advies had uitgebracht. Dus die vlieger gaat niet op.

Vervolgens bedenkt de partij nu dat Actal advies moet uitbrengen. Dit is een adviesorgaan tegen regeldruk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid. Dit orgaan kijkt dus naar andere groepen en Maar het levert wel vertraging op.

En de VVD wil dat het BIT, het Bureau ICT Toetsing iets van de wet vindt. Dat is best grappig, want het beleid om digitalisering van documenten op orde te krijgen is een lopend project onder verantwoordelijkheid van een VVD’er. Normaliter toetst het BIT op bestaande programma’s of projecten van €5.000.000 of meer en dat is er met deze wet nog niet.

Waarom het maken van een documentenlijst vijf miljoen of meer moet kosten met beschikbare oplossingen, is mij een raadsel. Maar het levert opnieuw vertraging op.

Niet in mijn tuin

Toch is dat niet alles. De VVD verzet zich ook tegen het plaatsen van de Tweede Kamer onder transparantie, want een ambtenaar moet openbaar opereren maar een volksvertegenwoordiger kennelijk niet. Verder zijn er amendementen om veel misbruikte weigeringsgronden overeind te houden en de schijnconstructies om documenten aan het publiek te onttrekken in stand te houden. Transparantie is leuk, maar niet als het jezelf betreft. Dus is ook de bestuurdersclub VNG tegen.

Natuurlijk zegt de partij tijdens het debat enorm voor transparantie te zijn. De problemen van gebrekkige transparantie legt de partij bij de cultuur. Vreemd genoeg is deze partij dan ook weer tegen een informatiecommissaris die juist in veel landen in Europa leidt tot een andere cultuur.

Na alle affaires met frauderende VVD-bestuurders zou je verwachten dat de partij iedere schijn van schimmigheid zou vermijden. Het tegendeel is echter waar. Met de nieuwe wet zou er veel openbaar worden van wat nu verborgen blijft. Kennelijk zitten daar zaken tussen die voor sommige partijen echt te gevoelig zijn. Komende dinsdag wordt er gestemd en dat is openbaar. Dan kunnen we in alle transparantie zien wie echt wat te verbergen heeft.

Gaat Nederland eindelijk transparanter worden?

De gekuiste briefjes rond de MH17 zijn een van de vele illustraties dat overheidstransparantie in Nederland nog wel wat ruimte voor verbetering heeft. Die verbetering komt er eindelijk als de Tweede Kamer een nieuwe wet serieus neemt.

Wie transparantie van de overheid wil, zal in veel gevallen een ingewikkeld gevecht met de overheid aan moeten gaan. Al schrijft de wet voor dat over documenten moet worden beslist als ze beschikbaar zijn, gebeurt dat niet. Sterker nog: alle wettelijke termijnen worden vaak overschreden. Zonder inhoudelijk kennis geen inhoudelijk debat en dat is voor bestuurders lekker rustig. Wie vervolgens toch zijn recht gaat halen wordt door de overheid geframed als misbruiker.

Komiek

En als er wel een besluit wordt genomen dan is transparantie vaak ver te zoeken. Of het nu gaat of het ontslag van Professor Maat in het onderzoek naar de MH17 of over de vraag wat een gebroken been in welk ziekenhuis kost vaak is transparantie moeilijk te verkrijgen.

Het niet transparant zijn is zo schering en inslag geworden dat cabaretier Mark Rutte zijn partijgenoot Ard van der Steur op dat punt op de hak neemt tijdens het Correspondents Diner:

Het was geen goed idee om Ard van der Steur mijn tekst te laten schrijven.

Vervolgens houdt hij een zwartgelakte pagina omhoog.

‘Van der Steur kon er niet zijn vanavond. Hij biedt daarvoor zijn welgemeende excuses aan.’

Precies zoals het ging rond de gebrekkige transparantie. Alleen van de aan de kamer beloofde verbeteringen, is weinig merkbaar. Daar is duidelijk nog een steuntje in de rug nodig.

Nieuwe wet

Gelukkig kan er veel verbeteren, omdat er een nieuwe wet in aantocht is. De Wet open overheid ligt al sinds juli 2012 op de plank bij de Tweede Kamer, maar komt donderdagavond eindelijk weer ter sprake. De wet regelt dat een aantal knelpunten worden opgelost.

Werden – ondanks de digitalisering – de wachttijden op een besluit over documenten verdubbeld naar 56 dagen, in de nieuwe wet worden die verkort. Betere digitalisering moet eerder besluiten mogelijk maken. Ook het smoezenboek om informatie maar niet openbaar te maken, wordt drastisch ingeperkt.

Maas in de wet

Maar de belangrijkste wijziging wordt wel dat meer organisaties aan transparantie moeten voldoen. De nieuwe wet stopt een maas in de wet waar de overheid gretig gebruik van maakt: Door een stichting of vereniging op te richten, vallen de documenten van die organisatie niet automatisch onder het transparantie regime. Ook moet eindelijk de Tweede Kamer zelf transparanter worden.

De nieuwe wet biedt veel nieuwe kansen om transparanter te worden. Natuurlijk kan het veel beter, maar dit is een begin. Het dwingt de politieke partijen nu ook kleur te bekennen: blijven we transparantie lippendienst bewijzen of gaan we nu eindelijk wat achterstallig onderhoud doen?