Sleepwet: Praat mee over je digitaal privéleven

Met een nieuwe afluisterwet gaat Nederland een grens over waar internetexperts, wetenschappers, geheimhouders, bedrijfsleven en mensenrechtenactivisten fel tegen zijn. Een haalbaar referendum stelt een fundamentele verandering eindelijk ter discussie.

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) opent de weg om naast gericht op een persoon of groep ook onschuldige burgers te tappen. Alles uit naam van de veiligheid. Wat de wetswijziging moet opleveren is niet onderbouwd.

Fundamentele verandering

In de nieuwe wet kan bijvoorbeeld een hele wijk of een organisatie worden getapt. De hoop is dat daarmee bepaald afwijkend gedrag in kaart te brengen is. Hoe dat werkt, is niet onderbouwd. Wat nieuw is, is dat we geen vermoeden meer nodig hebben om mensen in de gaten te houden.   

In een informatiesamenleving laten we met bijna alles digitale sporen achter op sociale netwerken, mail en computersystemen cruciaal. Ook zaken als een misstand, conflict, medische informatie of iets anders heeft opeens de terechte angst dat iemand meekijkt. Daarmee komt ons digitale privéleven ter discussie te staan. We gaan een grens over.

Dat gaat niet alleen mensen aan, maar ook bedrijven. Hoe aantrekkelijk is het voor een buitenlandse onderneming om zich hier te vestigen of hier computers te plaatsen en vervolgens de bedrijfsgeheimen in te leveren bij de Nederlandse overheid? Dat schept niet bepaald een lekker vestigingsklimaat.

Weerstand

Er is veel kritiek bij wetenschappers, experts op het gebied van aftappen, het bedrijfsleven (waaronder grote ondernemingen als Microsoft, Google, KPN, T-Mobile, Vodafone, BT, Tele2, Verizon, internetproviders, enzovoort), de koepel voor de ICT-branche, de Raad van State, bij mensenrechten- en burgerrechtenorganisaties, belangengroepen van bijvoorbeeld journalisten, advocaten, Greenpeace, huisartsen, VNONCW en ga zo maar door. Om duidelijk te zijn: allen zijn om veel verschillende redenen tegen de wet.

Met de kritiek is nauwelijks iets gedaan. Critici zet Lodewijk Asscher (PvdA) weg als ‘naïef’ zonder onderbouwing over nut en noodzaak te leveren. Het maatschappelijk debat is nauwelijks gevoerd. De kamer ging akkoord en dat is niet heel bijzonder voor een orgaan dat in de afgelopen kabinetsperiode de volgende conclusie(lange pdf) over zichzelf trok:

De Kamer maakt haar controlerende taak niet waar door een gebrek aan interesse voor ICT en een gebrek aan deskundigheid op ICT-gebied. Bovendien schiet de Tweede Kamer informatievoorziening van het kabinet aan de Kamer tekort.

De vraag is daarom gerechtvaardigd wie er nu naïef is. Er is zicht (ruim 297.000 van de 300.000 handtekeningen zijn gehaald) op een raadgevend, correctief referendum over deze Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met de daarbij horende debatten in aanloop naar het referendum.

Een mooi moment om de niet malse waarschuwingen nu eens goed en rustig opnieuw te bespreken, bewijs van noodzaak en effectiviteit te eisen om zelf keuzes te maken over de inrichting van onze informatiesamenleving. De vraag is of de overheid ons hele leven moet controleren of niet. Voor dat debat teken ik, u ook?

Te gast bij Café Weltschmerz

“Wat er niet is, kan niet geopenbaard worden. In het NRC-onderzoek naar misstanden rond het persoonsgebonden budget (pgb) blijkt relevante informatie verdoezeld te zijn door deze nooit op papier te zetten. Daarmee is de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) effectief buitenspel gezet. Zo ontstaan twee realiteiten: een werkelijkheid in documenten en een parallel universum in de praktijk. Bij de besteding van miljarden aan belastinggeld is dat niet wenselijk, maar helaas wel de dagelijkse praktijk. De Tweede Kamer en het ministerie van Binnenlandse Zaken laten het toezicht volledig schieten.”

Brenno de Winter is onderzoeker. Zijn onderwerp is IT en veiligheid. De Winter heeft ca. 2000 Wob (Wet openbaarheid bestuur) verzoeken gedaan. Er is volgens De Winter grote angst bij de overheid om documenten vrij te geven. Terwijl iedere burger in principe een beroep kan doen op de Wob blijkt dat de overheid het gebruik moedwillig frustreert. De overheid weigert bijvoorbeeld uit zichzelf aan te geven welke documenten er over een onderwerp aanwezig zijn en vervolgens worden bij aanvraag de documenten massaal geweigerd. Volgens De Winter kan je niet een maatschappelijk debat voeren bij het ontbreken van kennis over de inhoud. De overheid beroept zich bij weigering argumenten vaak op een waslijst van argumenten. Waarbij de risico’s voor de staatsveiligheid en de privacy van betrokken personen maar al te gemakkelijk centraal staan. Deze geheimzinnigheidscultuur maakt het onmogelijk hulp te verlenen bij organisaties die ontsporen, zoals bij de PGB en om te leren van fouten. Nederland is het enige land in Europa waarbij de informatie architectuur niet op orde is. Men weet niet welke documenten aanwezig zijn en het nazoeken en informeren daarover wordt gaandeweg gefrustreerd. Veel documenten worden daardoor niet gevonden of zelfs achtergehouden.

Als de macht geen kennis heeft

Kennis is macht, maar heeft de macht ook kennis? Met het wetsvoorstel van Ard van der Steur om de politie te laten hacken is veel mis. Neem het gebrek aan kennis bij mensen met veel macht.

Rechter

Als de hackbevoegdheid wordt ingezet dan gaan de rechter-commissaris en de Officier van Justitie daarover. In de toelichting bij de wet erkent de minister dat het bij hen ontbreekt aan kennis. Volgens de minister moet daarom worden afgegaan op de expertise van de politie.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld een huiszoeking kijkt een rechter-commissaris niet mee tijdens het hacken. Dat zou ook weinig uithalen, want probeer maar een handeling te destilleren uit allerlei ingewikkelde plaatjes op het scherm of langs vliegende karakters. De rechtelijke macht heeft gewoon die kennis niet en krijgt die van Van der Steur ook niet.

Advocaten

Voor de advocaat is het nog lastiger. Hij moet afgaan op het verslag van de agent. Daar moet maar uit blijken of de juiste apparaten zijn gehacked, het bewijs klopt of er is gerommeld met het bewijs. Dat laatste lijkt misschien vergezocht, maar in 2013 bleken tapgesprekken in een drugszaak door de politie verzonnen. Een gesprek is terug te luisteren, maar bij een proces-verbaal van een hack ontbreekt het onderliggende bewijs.

In het wetsvoorstel staat of valt een zaak met die ene hackende expert met veel kennis en vooral veel macht. En de advocaat krijgt niet de toegang tot die informatie om onschuldige mensen straks uit de cel te kunnen houden.

Politiek

En de politiek? Die gaat straks stemmen over een wetsvoorstel, waarbij de toelichting op de wet beschrijft dat ze veel informatie (en dus kennis) niet hebben. Bijvoorbeeld: Hoe stellen we vast of de gebruikte hulpmiddelen correct functioneren? Hoe waarborgen we het updaten van hacking tools en de correcte werking na een update? Hoe voorkomen we dat er fouten worden gemaakt? Hoe  regelen we toezicht tijdens het hacken?

Al deze vragen moeten in een later stadium na het aannemen van de wet nog eens beantwoord worden. De kamer ontbeert dus zeer belangrijke kennis en op ict-gebied concluderen ze zelf ook al kennis te ontberen:

“De Kamer maakt haar controlerende taak niet waar door een gebrek aan interesse voor ICT en een gebrek aan deskundigheid op ICT-gebied.”

Tja kennis is macht, maar bij de hackbevoegdheid ontbreekt het aan kennis bij hele machtige mensen…

Wetgeving en wijsheid bij digitale criminaliteit

Nederland is hard op weg om wetgeving voor digitale criminaliteit aan te nemen. Het heeft er alle schijn van dat die nieuwe wetgeving weinig zal bijdragen aan het voorkomen van de nogal ernstige fouten die worden belicht in ‘Making a Murderer’.

De urenlange documentaireserie ‘Making a Murderer’ laat op pijnlijk wijze zien hoe twee Amerikanen in dezelfde moordzaak worden veroordeeld. Beide veroordeelden hebben onderling verschillende verhaallijnen. Vooral de manier waarop bewijs is verzameld, kun je niet anders typeren dan ‘twijfelachtig’.

Een van de meest opmerkelijke aspecten van de zaak is de autosleutel van het slachtoffer. Die lag op de grond in de woontrailer van Steven Avery, de hoofdverdachte. Op een foto is duidelijk te zien dat het bewijsmiddel voor het oprapen ligt. Het DNA van de verdachte zat zelfs nog op de sleutel. Het begin van een sterke zaak, zou je denken.

Wat de zaak aanmerkelijk compliceert, is dat de trailer gedurende meerdere dagen diverse keren is doorzocht zonder dat de sleutel werd aangetroffen. Als de sleutel uiteindelijk wordt aangetroffen, ligt hij duidelijk zichtbaar op de grond. Het DNA-spoor is dan wonderbaarlijk genoeg het enige dat op de sleutel zit. Verder is het object brandschoon. Er zitten zelfs geen vingerafdrukken van het slachtoffer op. Erg onwaarschijnlijk, wat de vraag rechtvaardigt: is die sleutel er later neergelegd?

Het manipuleren van bewijs komt vaker voor. Ook in Nederland zijn bijvoorbeeld tapverslagen onjuist uitgewerkt, waardoor er iets anders stond dan de verdachte heeft gezegd. In 2013 bleek dat in een drugszaak zelfs tapverslagen door de politie zijn verzonnen. Natuurlijk maakt dat een verdachte nog niet onschuldig. Maar soms vergeet ook een agent dat het uitgangspunt de onschuld van mensen is.

In de digitale wereld worden die risico’s groter. Recent stuurde Minister Van der Steur het wetsvoorstel Computercriminaliteit III naar de Tweede Kamer. Dat moet de politie de bevoegdheid geven in grotere zaken in te breken op computers, spionagesoftware te plaatsen of informatie ontoegankelijk te maken. Ofwel: ze mogen computers manipuleren op afstand.

In Duitsland draaide die bevoegdheid uit op een puinhoop. Hackers kregen de software in handen en analyseerden die. Ook de software bleek een puinhoop: het was kwetsbaar voor misbruik, verdachten konden de politie hacken en onbevoegden konden bij verdachten inbreken en bewijs planten zonder sporen achter te laten.

Welke software in Nederland gebruikt gaat worden, is geheim. Hoe we toetsen of dit goed gebruikt wordt, of de software correct werkt (en na een update blijft werken) en hoe misbruik wordt voorkomen, is allemaal onbekend. Ik wens de wetsmakers in Den Haag nadrukkelijk veel wijsheid toe, maar geef direct toe: helemaal gerust ben ik er niet op.

Europees Hof van Justitie denkt na over hyperlink

GeenStijl en Sanoma hebben een juridisch conflict: toen foto’s van de Playboy op internet verschenen schreef GeenStijl een stuk en verwees erna. Vervolgens eiste Sanoma daarvoor een schadevergoeding en inmiddels ligt de zaak bij het Europees Hof van Justitie om een advies aan de Nederlandse rechters uit te brengen. GeenStijl vroeg commentaar op de zaak en maakte er een filmpje van.