Het kabinetsbesluit over Kaspersky Lab – een reconstructie en analyse

Op 14 mei 2018 draagt het Nederlandse kabinet de Rijksoverheid op de antivirussoftware van Kaspersky Lab niet langer te gebruiken en uit te faseren. Organisaties die vallen onderAlgemene Beveiligingseisen Defensie Opdrachten (ABDO) of vallen onder vitale diensten en processen krijgen het advies hetzelfde te doen. Het advies geldt niet voor andere organisaties. Ook maakt het kabinet duidelijk dat het alleen gaat om de antivirussoftware,niet om de andere producten en diensten van Kaspersky Lab. Er zijn voor het kabinet drie redenen om deze keuze te maken:

  1. Antivirussoftware heeft uitgebreide en diepgaande toegang tot een computer. Zulke toegang kan misbruikt worden voor spionage en sabotage.
  2. Als Russisch bedrijf is Kaspersky Lab volgens Russische wetgeving verplicht om bij de overheid mee te werken als de Russische inlichtingendiensten hierom verzoeken.
  3. De Russische Federatie heeft een offensief cyberprogramma. Dat laatste betekent dat het land met behulp van computers actief spionage en sabotage pleegt.

Het kabinet spreekt in een brief aan de Tweede Kamer van een voorzorgsmaatregel met als reden te vrezen voor spionage en sabotage. Daarbij schrijft het kabinet een eigen,aangescherpte afweging in het kader van de nationale veiligheid te hebben gemaakt. Inessentie komt de vrees van het kabinet erop neer dat de antivirussoftware van KasperskyLab, een bedrijf dat malware bestrijdt, zelf wordt ingezet als Trojaans paard ofwel malware.

Nederland beschikt niet over voorbeelden waaruit blijkt dat er misbruik is gemaakt van de antivirussoftware van Kaspersky Lab. Ook bij andere (Europese) landen en de Europese Commissie zijn er geen voorbeelden bekend. Als KRO-NCRV bij een journalistiek onderzoek met succes een beroep doet op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen nadere documenten beschikbaar.

Analyse

Brenno de Winter van De Winter Information Solutions is door Kaspersky Lab gevraagd een reconstructie te maken van de voorzorgsmaatregel van het kabinet en de drie observaties van het kabinet te analyseren. In een tijd van digitale operaties is het logisch en goed dat het kabinet alert is op de gevaren van spionage en sabotage. Dit rapport onderzoekt inhoudelijk en procedureel hoe de argumentatie vanuit het kabinet tot stand is gekomen, in hoeverre Kaspersky Lab op basis van deze argumentatie inderdaad een dreiging vormt en welke stappen noodzakelijk zouden zijn een dergelijke dreiging het hoofd te bieden.

Gehackt door de Russen met ouderwetse wardriving

Met de recente onthulling van een spionageoperatie in het centrum van Den Haag herleven oude tijden uit de koude oorlog en de ICT. De zaak maakt snoeihard duidelijk dat het met informatiebeveiliging maar droevig gesteld is.

Toen in de jaren 90 van de vorige eeuw draadloze netwerken in opkomst waren, was het onder hackers een sport om te gaan ‘wardriven’. Met een computer, insteekmodule voor wifi en een antenne reed je door stadscentra. Je kon meeliften op de netwerken van anderen, kijken naar bestanden op computers en bij bedrijven netwerken overnemen. Het was eigenlijk te simpel.

De oude tijden herleven nu blijkt dat de Russische inlichtingendienst GRU precies deze methode gebruikt om her en der in te breken op netwerken van organisaties. Ze gebruiken daarbij de zeer populaire WiFi Pineapple, een kastje dat vaak opduikt bij presentaties over beveiliging om de gevaren van draadloze netwerken te demonstreren.

De zaak maakt duidelijk dat de GRU gevoelige documenten prima via een draadloze verbinding op afstand kan ophalen. Goede beveiliging zou wifiverbindingen anders behandelen dan fysieke verbindingen en er in een aantal gevallen zelfs voor kiezen om documenten in het geheel niet via een netwerk toegankelijk te maken. In al die jaren is er maar weinig verbeterd.

Dankzij onze laksheid kunnen inlichtingendiensten, criminelen en anderen kinderlijk eenvoudig toegang krijgen om documenten te stelen, beschadigen, vernietigen of te plaatsen. Het schokkende ervan is dat het niet meer vereist dan vaak gratis software, goedkope standaardcomputers of een WiFi Pineapple en een beetje knappe antenne. Sterker nog: in de tijden van het wardriven waren we in de hackerscene dol op Pringles-chips. Niet zozeer omdat ze lekker zijn, maar vooral omdat de blikken perfecte richtantennes zijn voor wifi. We krikten er de reikwijdte van netwerken fors mee op van enkele honderden meters tot zelfs enkele kilometers.

Het is nog een geluk dat de Russen vanuit een auto besloten te hacken. Ze hadden ook kunnen kiezen voor de patser-optie: niet alleen parkeren bij het Marriott Hotel, maar er meteen in te checken om vanuit een knappe kamer voorzien van deugdelijk roomservice en een kaartje ‘niet storen’ aan de deur rustig te hacken. Eerst bij het OPCW om vervolgens de doos Pringles een kwart slag te draaien naar het Catshuis toe.

Maar goed, de hackers zaten wel in de auto en werden bovendien gestoord. “Met het onthullen van de werkwijze van de GRU maken we het de GRU moeilijker en vergroten we tegelijkertijd onze eigen weerbaarheid,” zei de Minister van Defensie trots. Ik onderschrijf die boodschap en pleit al langer voor meer openheid over hoe incidenten verlopen. Maar het is ook onze collectieve taak om twintig jaar na het wardriven eindelijk eens de naïviteit van ons af te schudden. Laten we onze beveiligingsmaatregelen nu écht richten op dreigingen die we al ruim twintig jaar in het vizier hebben.

Sleepwet: Praat mee over je digitaal privéleven

Met een nieuwe afluisterwet gaat Nederland een grens over waar internetexperts, wetenschappers, geheimhouders, bedrijfsleven en mensenrechtenactivisten fel tegen zijn. Een haalbaar referendum stelt een fundamentele verandering eindelijk ter discussie.

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) opent de weg om naast gericht op een persoon of groep ook onschuldige burgers te tappen. Alles uit naam van de veiligheid. Wat de wetswijziging moet opleveren is niet onderbouwd.

Fundamentele verandering

In de nieuwe wet kan bijvoorbeeld een hele wijk of een organisatie worden getapt. De hoop is dat daarmee bepaald afwijkend gedrag in kaart te brengen is. Hoe dat werkt, is niet onderbouwd. Wat nieuw is, is dat we geen vermoeden meer nodig hebben om mensen in de gaten te houden.   

In een informatiesamenleving laten we met bijna alles digitale sporen achter op sociale netwerken, mail en computersystemen cruciaal. Ook zaken als een misstand, conflict, medische informatie of iets anders heeft opeens de terechte angst dat iemand meekijkt. Daarmee komt ons digitale privéleven ter discussie te staan. We gaan een grens over.

Dat gaat niet alleen mensen aan, maar ook bedrijven. Hoe aantrekkelijk is het voor een buitenlandse onderneming om zich hier te vestigen of hier computers te plaatsen en vervolgens de bedrijfsgeheimen in te leveren bij de Nederlandse overheid? Dat schept niet bepaald een lekker vestigingsklimaat.

Weerstand

Er is veel kritiek bij wetenschappers, experts op het gebied van aftappen, het bedrijfsleven (waaronder grote ondernemingen als Microsoft, Google, KPN, T-Mobile, Vodafone, BT, Tele2, Verizon, internetproviders, enzovoort), de koepel voor de ICT-branche, de Raad van State, bij mensenrechten- en burgerrechtenorganisaties, belangengroepen van bijvoorbeeld journalisten, advocaten, Greenpeace, huisartsen, VNONCW en ga zo maar door. Om duidelijk te zijn: allen zijn om veel verschillende redenen tegen de wet.

Met de kritiek is nauwelijks iets gedaan. Critici zet Lodewijk Asscher (PvdA) weg als ‘naïef’ zonder onderbouwing over nut en noodzaak te leveren. Het maatschappelijk debat is nauwelijks gevoerd. De kamer ging akkoord en dat is niet heel bijzonder voor een orgaan dat in de afgelopen kabinetsperiode de volgende conclusie(lange pdf) over zichzelf trok:

De Kamer maakt haar controlerende taak niet waar door een gebrek aan interesse voor ICT en een gebrek aan deskundigheid op ICT-gebied. Bovendien schiet de Tweede Kamer informatievoorziening van het kabinet aan de Kamer tekort.

De vraag is daarom gerechtvaardigd wie er nu naïef is. Er is zicht (ruim 297.000 van de 300.000 handtekeningen zijn gehaald) op een raadgevend, correctief referendum over deze Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met de daarbij horende debatten in aanloop naar het referendum.

Een mooi moment om de niet malse waarschuwingen nu eens goed en rustig opnieuw te bespreken, bewijs van noodzaak en effectiviteit te eisen om zelf keuzes te maken over de inrichting van onze informatiesamenleving. De vraag is of de overheid ons hele leven moet controleren of niet. Voor dat debat teken ik, u ook?

Europees Hof van Justitie maakt cloud tastbaarder

Dinsdagochtend heeft het Europees Hof van Justitie besloten dat privacygaranties in een besluit van de Europese Commissie tussen de Verenigde Staten en Europa onvoldoende zijn. Dat betekent dat bedrijven moeten gaan nadenken waar data in de cloud precies staat.

Inzet van de zaak is de Safe Harbor Agreement tussen Europa en de Verenigde Staten. Dit besluit is noodzakelijk, omdat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in Europa beter is geregeld dan in de VS. Omdat je niet zomaar persoonsgegevens in een rechtsgebied mag bewaren dat niet voldoet aan onze standaarden moest er iets worden geregeld.

Facebook

Of de huidige Safe Harbor regels onze rechten wel voldoende waarborgt, was lang onduidelijk. Tot de onthullingen van Snowden kwamen en heel duidelijk werd dat onze gegevens massaal worden geanalyseerd door Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Daarbij werd meer en meer duidelijk dat dit niet te verklaren is vanuit nationale veiligheid en dat er duidelijk ook economisch werd gespioneerd. Dat betekent dat persoonsgegevens zijn misbruikt. Volgens de VS is dat niet zo, maar onder ede durfde niemand dat bij de Ierse rechter te verklaren.

De Oostenrijker Max Schrems voerde een aantal zaken en sleepte rond de NSA-spionage uiteindelijk Facebook voor de rechter, omdat dat dat bedrijf onze gegevens op Amerikaanse servers verwerkt. Omdat het Europese hoofdkantoor van dit bedrijf in Ierland staat, moest daar worden geprocedeerd. Daar is het inmiddels bij het Hooggerechtshof die vragen aan het Europese Hof van Justitie stelde.

Ongeldig

Uiteindelijk kwamen die met het oordeel dat de beschermende maatregelen van de Safe Harbor Agreement onvoldoende zijn en daarmee wordt niet langer aan Europese regels voldaan. Kort gezegd: je mag data van Europese burgers niet zomaar in de Verenigde Staten opslaan. Daar wordt namelijk niet aan de bescherming voldaan die wij gewend zijn.

Dat betekent niet dat er niets in de VS mag worden opgeslagen, maar dat daarover afspraken moeten zijn gemaakt. Amerikaanse bedrijven zelf met de toezichthouder (in ons geval het CBP) afspraken en vastleggen in Binding Corporate Rules (BCR), zodat er meer zekerheid is dat aan onze wetgeving wordt voldaan. Dat Facebook, Google en andere bedrijven dit gaan doen, is wel duidelijk.

Zelf nadenken

Maar voor Nederlandse bedrijven betekent dit dat er meer moet worden nagedacht wat er met persoonsgegevens gebeurt. Je kunt niet langer zeggen ‘het staat in de cloud’, maar moet meer van die cloud weten. Na 1 januari 2016 kan de toezichthouders forse boetes opleggen wie zich niet aan de wetgeving houdt. Daarbij kun je niet zomaar de schuld in de schoenen schuiven van de cloudleverancier.

De uitspraak betekent dus dat de bedrijven zelf verantwoordelijkheid moeten nemen wat ze met onze gegevens doen. Afspraken tussen toezichthouders en cloudaanbieders zul je moeten checken. Want bijna religieus naar de hemel wijzen zeggen ‘jouw data is nu daar’ is sinds vandaag echt onvoldoende.

AIVD waarschuwt voor cloudspionage

De AIVD en het kabinet waarschuwen voor de gevaren van het stallen van data in het buitenland. De geheime dienst vreest spionage van buitenlandse evenknieën.

In een persbericht stelt het kabinet dat organisaties zich onvoldoende bewust zijn hoeveel gevoelige informatie ze bezitten. Buitenlandse inlichtingendiensten zouden voor hun interessante informatie op allerlei manier proberen in handen te krijgen. Lees het verhaal op Webwereld.