Soevereiniteit vraagt geheugen
In het debat in de Tweede Kamer over de overname van Solvinity door Kyndryl en de gevolgen voor DigiD vielen zinnen van het kabinet op. Ze klinken op het eerste gezicht redelijk. ‘We willen de markt niet verstoren.’, ‘Er is nog geen volwaardig alternatief.’, ‘We kunnen geen Europese Google bouwen.’ of ‘De overheid mag bedrijven niet uitsluiten.’Het klinkt voorzichtig, juridisch zuiver en bestuurlijk beheerst. Maar historisch klopt het niet.
De dominante positie van Amerikaanse technologiebedrijven is namelijk niet het resultaat van spontane marktwerking alleen. Silicon Valley is gevormd in een periode waarin de Amerikaanse overheid technologie expliciet als strategisch instrument inzette. Na de Tweede Wereldoorlog werd technologische superioriteit gezien als voorwaarde voor nationale veiligheid. Het Department of Defense groeide uit tot de grootste technologie-inkoper ter wereld. Universiteiten kregen federale onderzoeksbudgetten. Startups ontvingen opdrachten. Risico’s werden door de staat gedragen. De overheid trad bewust op als eerste klant.Zij wachtte niet tot er een volwassen alternatief was. Zij creëerde het.